Uit zicht maar niet uit beeld

De ezel kan het niet meer trekken

Er is veel aan de hand in de wereld. De aanhoudende spanningen tussen landen en continenten, de (dreiging van) vluchtelingen en de wens voor een betere welvaart of de angst die te verliezen, zijn slechts enkele voorbeelden die politici hoofdbrekens bezorgen. De wereld warmt letterlijk en figuurlijk op.

Dichter bij huis, zie we een forse toename van daklozen. De teller staat geloof ik inmiddels op 40.000. Zodra mensen gaan praten over de juistheid van getallen en de definities, weet je hoe laat het is. De afleiding is een veel gebruikt instrument onder politici en de hen omringende adviseurs. En is altijd wel iemand die het nuanceert, kleiner maakt of het achter een grotere abstractie wegzet. Ja en dan is er ook nog een andere crisis, het corona virus dat de wereld overtrekt en zich van enkele landgrens of politiek regime aantrekt.

Maar laten we nu eens echt kijken wat er loos is in ons land en ons niet laten afleiden door andere problemen. Waarom zijn er nu ineens zoveel mensen dakloos? Ze worden toch echt niet 's nachts boven ons land in de grote steden gedropt. Ze woonden gewoon ergens in een huis, bij iemand in huis, in een instelling of gevangenis etc. Daar begint de reis, nergens anders. Een reis met een duistere bestemming, de straat of in een vorm van opvang. Steeds meer en ook met steeds meer verschillende problemen. Het laat zich raden hoe het komt, vermoedelijk is het een combinatie van factoren. De afbouw van de opnamemogelijkheden in de klinische psychiatrie, de hogere drempels bij de verstandelijke gehandicaptenzorg, de verpleeghuiszorg, de kortere behandelduur in ziekenhuizen, de stilstand in de groei van betaalbare woningen, het verdwijnen van sociale structuren in wijken, de flexibilsering van de arbeidsmarkt en daarmee gepaarde baan en inkomensonzekerheid van mensen, de achterblijvende inkomensstijgingen, de toegenomen administratie van (overheids)diensten, het bezuinigen op onderwijs enz. enz.

Tel daarbij op de gevolgen van de transities in de zorg. De gemeenten die verantwoordelijk zijn geworden voor een deel van de ouderenzorg, jeugdzorg en beschermd wonen. Onder de wapperende vlag van minder intramuraal, meer voor jezelf en anderen zorgen, een overheid die ondersteunt als het niet anders kan en uiteraard voor minder kosten. Zoveel mogelijk in de wijk want dat willen mensen en ‘Bruin kan het niet meer trekken.’ Nog even los of dat de enige waarheid is, is dat de realiteit van vandaag de dag.

Afijn, we hebben een kabinet, alweer het derde onder verantwoordelijkheid van Mark Rutte. Na zeven maanden overleg werd dit derde kabinet gesmeed, de langste formatieperiode sinds de tweede wereldoorlog. Daar is goed over nagedacht. Er is een staatssecretaris, Paul Blokhuis, die belast is met onder meer de geestelijke gezondheidszorg, preventie en maatschappelijke opvang. En hij is onder de indruk geraakt van wat hij aantrof. Deels omdat hij het zelf ziet en deels omdat wethouders uit de grote steden het hem duidelijk maken. Ik geloof hem, hij is de man van naastenliefde, zorg voor jongeren, eerlijk delen, omkijken naar elkaar, sterke schouders die zwakkere dragen en de wereld beter achterlaten dan je hem aantrof. Ik geloof hem maar benijd hem niet.

Er dringt zich een metafoor op. Het kabinet ligt voor de kust en buigt zich over verschillende problemen, van stikstof, boeren tot de Europese bijdrage en de omgang met vertrekkende Britten. Paul Blokhuis is met een bootje naar de kust geroeid en staat daar met open mond naar de gevolgen van de maatregelen van de afgelopen jaren te kijken die als een langzame tsunami over het land is gerold. Ambtenaren die als reddingwerkers in de weer zijn om hulp die mensen nodig hebben m.b.v. vragenlijsten te analyseren, aanbieders van zorg en diensten die op zoek zijn naar medewerkers die voor een deel als ambtenaar zijn gaan werken, als ZZP’er zich aanmelden en redden wat er te redden is. Burgers met een verloren digi-d inlogcode, mensen die buiten slapen, florerende voedselbanken en soepbussen, zwervende jongeren zonder opleiding en perspectief, mensen op zoek naar betaalbare woonruimte, zieke mensen die zich met een plastic tas vol medicijnen melden bij een noodopvang, mensen met verward gedrag, niet uitbehandeld maar wel ‘uit het zicht van behandeling’ en aangewezen op zichzelf en anderen. En het worden er niet minder. Water zoekt altijd het laagste punt en daar leven de meeste mensen die niet kunnen zwemmen. Er is meer inkt dan papier om de situatie te beschrijven.

Paul Blokhuis belooft beterschap en vraagt de gemeente om plannen. Het spel is op de wagen. Hij roeit terug naar het schip dat voor anker op hem ligt te wachten. Zijn collega’s van het kabinet zijn druk met hun drukte. Inhoud, noodzaak, belangen en macht zijn verschillende ingrediënten van de politieke besluitvorming. Hun blik over zee naar de kust verraadt geen urgentie. De afstand vertroebelt het beeld. Bovendien zijn de transities fases waar we doorheen moeten op weg naar de afbouw van ‘beddenhuizen’ en zorg en ondersteuning in wijken waar het fijn is om te wonen en leven. Waarom nu geld uitgeven terwijl we dat beeld voor ons hebben?

Het antwoord is heel simpel. Als het water stijgt in onze rivieren maken we overstroombekkens. Zo zorgen we voor gecontroleerde overstromingen en houden we de meeste voeten droog. De echte oplossing is het stagneren van groei van de temperatuur op aarde. Tot die tijd houden we de boel zoveel mogelijk op orde. In de zorg voor kwetsbare kan je dezelfde vergelijking aanhouden. We leggen overstroombekkens (kwalitatieve goed opvangplekken en meer geld voor ambulante begeleiding) aan om elkaar de tijd en ruimte te gunnen om goed en integraal naar het probleem te kijken. Dat is een uitdaging voor een volgend kabinet. Nu is dit kabinet aan zet, om precies te zijn: de minister van Financiën. Treedt in de voetsporen van een van uw voorgangers, Gerrit Zalm. Hij besloot jaren geleden hetzelfde te doen. U kunt het verschil maken door uw staatssecretaris te steunen, hij heeft de plannen, hij heeft de steun, ook van de mensen zonder stem. Niemand hoort ze, niemand ziet ze, maar ze zijn er.

‘De ezel kan het niet meer trekken, minister, er is een paard nodig.’

februari 2020

 

Reacties