Zilverlicht
Het kind is de vader van de man

De Smulhut

Midden in een woonwijk is een gebouw neergezet. Winkels vinden er hun onderdak en delen met elkaar een overdekte ruimte en buiten een parkeerplaats waar wekelijks een kaasboer te vinden is in zijn witgrijze aanhangwagen. Een bloemenzaak, een drogist, een chinees (alleen afhaal) een 'van alles wat winkel', pizzeria en een supermarkt. Het is van een diepe treurigheid. Achter het gebouw staat nog een snackbar – 'De Smulhut"- pal naast het gezondheidscentrum, hetgeen het beeld alleen nog maar indringender maakt. Het - met een armetierig hegje - omheind parkeerterrein verbindt dit alles aan elkaar. Alles is verzonnen en gebouwd ergens eind jaren negentig. Je kan het zien aan de bomen; ze buigen nog in de wind. Honderden mensen persen zich dagelijks door de groene schuifdeuren om karren vol te stoppen, hun kinderen mee te sleuren langs verleidelijke schreeuwende aanbiedingen of om hun verzameling zelfmedicatie van dr. Vogel te verrijken met een nieuwe belofte van het eeuwige leven. Een enkeling koopt een Azalea of chrysanten.

Rechts achter de deuren staat een vrouw (soms zit op een krukje). Ze houdt straatkranten tegen haar borst en kijkt voor zich uit. Ze kijkt maar het is net of ze ons niet ziet; hetgeen overeenkomt met hoe de meeste mensen haar zien. De blikken gaan langs haar en zoeken een ander ijkpunt. Het is alsof ze plotseling in een vreemde omgeving is neergezet. Ze spreekt onze taal niet waardoor het geroezemoes haar niet tot een vredige rust brengt; in tegendeel. De markt waar pratende mannen en vrouwen tussen de geurende kraampjes lopen en onderhandelen over de prijs en kwaliteit, is hier vervangen door in plastic verpakte groenten, vlees, vruchten en duizenden andere producten in een foeilelijk gebouw met tl verlichting waar de communicatie voornamelijk bestaat uit het piepen van de streepjescodes. Alles is voorzien van een houdbaarheidsdatum en keurig gerangschikt op thema, prijs of temperatuur. Als een achteloos neergezet kunstwerk, staat ze te midden van winkelend publiek. Een Madonna met straatkranten op haar arm. Paarlen voor de zwijnen. Hoewel een enkeling een kopje koffie komt brengen.

Wanneer iemand uit de nevelen stapt en aangeeft een straatkrant te willen kopen, lacht ze zachtjes zoals een oma naar haar kleinkind, geeft de krant en houdt haar hand op. De mouw van het jasje valt terug en laat op haar bleke onderarm vervaalde tatoeages zien. Ze zijn in een kleur aangebracht, een kleur die zich ophoudt tussen grijsblauw en staalzwart. Ze omklemt het geld en stopt het weg in een van haar zakken. Ze pakt een nieuwe krant en neemt haar pose weer in. Dat gaat misschien 20 keer op een dag zo en als ze dat vijf dagen per week volhoudt zal ze er € 65,-- aan over houden. Ze zal haar verdiende geld niet uitgeven in De Smulhut denk ik of de blozende kaasboer uit Stolkwijk vragen om een plat stukje voor bij de buis.

Ze drinkt druppels van onze overvloedige bronnen; er is geen reden daarin te spugen.

Reacties