Previous month:
april 2011
Next month:
juni 2011

mei 2011

Een grote witte zonnebril

Ooit liep ik 's ochtends vroeg met de prille zon in de rug, op goedkope gympies als kleine jongen achter mijn vader. Het ronkende dieselgeluid van een optrekkende bus 23 achter ons latend, richting het strand van Kijkduin. "We gaan vroeg jongen, dan hebben we een mooie plek" aldus mijn vader die zomer en winter een bronsgekleurde huid had. Het pad naar boven. Rechts van ons de duinen waar achter prikkeldraad het groengele helmgras de lucht in spriette. Mijn vader stak af tegen de koelblauwe ochtendlucht, zonder omkijken erop vertrouwend dat ik zou volgen, gidste hij me naar boven. Het keienpad naar beneden dat overging in - onder het zand liggende - planken. Door het koele, vochtige zand naar de witte huisjes; toilethokjes. Strandtenten waren er nauwelijks. Voor de huisjes zat een oude, stevige dame met gitzwart haar en een donkerbruine huid, in een stoel. Ze groette mijn vader, die bij haar een strandstoel huurde en tegelijk met haar een sigaret opstak. Ik vroeg me altijd af of zij een zigeunerin was hoewel ik niet precies wist wat dat eigenlijk betekende. Het zout op mijn lippen, het zand in mij haren en de gloeiend hete stenen waarop ik mijn gympen weer probeerde aan te krijgen zodra de aarde zich van de zon had afgewend en de bus die op ons wachtte. Zomers lang herhaalde dit zich, totdat alles veranderde.

Tweede Paasdag, prachtig zomers weer, loop ik het zelfde pad, voor mij mijn jongste dochter en mijn vrouw, omkijkend of ik de klim wel zou redden. Het duinpad naar boven is rechts geflankeerd door een hotel. Het hotelterras ligt als een vlonder in de duinen. Terwijl we afbuigen zie ik links de winkels, terrassen en een draaimolen met eromheen plastic knalgele stoeltjes. Een in wit gekleed jong stel, zonnebril op het voorhoofd, kauwgum kauwend, zet hun twee kindjes in de draaimolen, hangen in zo'n stoeltje en kijken verveeld langs elkaar, de jongen wipt met zijn witte sneakers nerveus heen en weer. Het meisje pingt met haar nepnagels het laatste nieuws op een witchromen telefoon. We lopen naar beneden, tegen de richting in komt een man ons tegemoet. Zijn opvallende witte zonnebril op zijn donkere hoofd valt direct op. Hij zwalkt naar boven en ontwijkt tegenliggers ternauwernood.

Vanaf een terrasstoel, met dampende thee voor me, kijk ik naar de plek waar de witte huisjes ooit stonden terwijl achter mij de loungemuziek klinkt en de eerste twintigers een fles rosé bestellen. Kinderen spelen, ouders waken en jongeren flaneren. Uit de zee slaan de groenbruine golven stuk op het strand. De man met de grote witte zonnebril, gitzwart haar en een donkerbruine huid, is teruggekeerd en loopt tussen de stoelen en tafels. Hij laveert tussen de mensen en kinderen door als een dronkenman. Telkens een botsing vermijdend. Aan het eind van het houten terraspad keert hij en loopt terug. Zijn hoofd fier vooruit, de duin op naar boven, op slippers. Met in zijn hand een eenzaam flesje water.

Mijn dochtertje speelt in het zand, kijkt op en tuurt hem na totdat hij achter de duin is verdwenen. Onderwijl glipt het zachte zand door haar vingers.