De Blinde Kat
Een grote witte zonnebril

Echt bier

Onrust op de gang. De gebogen wat stille man voor me, schuifelt zijn traject door de gangen en lijkt niet aangesloten bij het geroezemoes dat de lange grijze gang heeft bereikt. Zorgvuldig plaatst hij zijn voeten op het versleten mintgroene linoleum, handen stram naast zijn lichaam, het bewegen moe. Gestoken in een wijd bruin kostuum passeert hij, schier onbewogen, de gang naar de kapel. Warme kreten - gevat in de blauwgrijze rook van sigaretten – komen me tegemoet. Uit de schaduw van mijn voorganger loop ik op het geluid af. Een kapel vol met mannen staren naar de blinde muur. Op een groot scherm wordt een voetbalwedstrijd geprojecteerd. Het is zomer 2008 en in een voormalige kloosterkapel zitten tientallen mannen, stijf van het buitenleven, met een sigaret tussen de vingers geklemd, “onze jongens” aan te moedigen. De kapel, al lang niet meer het visitekaartje van onze lieve Heer, kreunt onder oranje slingers en steekt met haar goudkleurige bogen schril af tegen haar bezoekers. De aanvalskreten kaatsen tegen de wanden die – en daar ben ik zeker van – op deze momenten terugverlangen naar de stilteretraites van de nonnen. Zwijgen is immers goud en dat is iets waar “onze jongens” zo hun eigen variant op hebben bedacht. Op zulk soort momenten is het geoorloofd met elkaar te verkeren en de eigen sores even opzij te zetten. Doorgaans wordt er bij zulke gebeurtenissen rijkelijk bier gedronken. Dat is voor een aantal van de supporters in een ver verleden wel eens mis gegaan. Geen nood, we zijn een goede afnemer van een alcoholarm evenementenbiertje, dat onder begeleiding geen kwaad kan.

“Hé directeur, ook een biertje?” roept de grootste feestneus me toe. “Nee dank je, ik moet na nog nadenken vandaag” probeer ik nog, wetende dat ik me met dit soort antwoorden niet staande zou houden in deze oranje orgie. “Nou dat hebben we liever niet, dus neem er nou maar één of drink jij echt bier”?

(column in Haags Straatnieuws april 2011)

Reacties