Previous month:
december 2010
Next month:
februari 2011

januari 2011

Waarom toch?

Nog nooit was ik binnen geweest. De gebruikersruimte aan de van Vennestraat doemt links van op nadat ik de scherpe bocht heb gemaakt op de Vaillantlaan, de 1100 meter lange levendige aorta van De Schilderswijk. Ook hier betaald parkeren. De gesmolten sneeuw glijdt onder mijn zolen door en ik wankel mezelf naar de hoek van de straat als ik word ingehaald door twee mannen die met elkaar een gesprek voeren over een rijbewijs. "Heb ik maar mag het niet gebruiken, moet eerst naar een psychiater" raspt een grote man met een opgeblazen gezicht tegen zijn, voor hem lopende, gesprekspartner. "Moet eigenlijk in psychoanalyse maar dat kost € 50.000,--". We naderen gedrieën de gesloten voordeur van het voormalige politiebureau en worden gepasseerd door een vierde man in een opvallend gekleurde broek. "Hé wat heb jij een mooie broek aan" vervolgt de raspende bariton verder en vraagt mij om bevestiging, "niet dan?". Een antwoord ontwijkend bood ik aan de psychoanalyse voor de helft van het geld te doen. "Hoezo ben jij dan een psychiater?". "Nee maar voor dat geld wel", grapte ik terwijl zijn wandelmaatje zich hardop afvroeg of hij binnen zou plassen of buiten. Haagse humor in nog geen drie minuten. Dat beloofde wat dacht ik, terwijl de zoemer van de deurvergrendeling klonk, op weg naar de bijeenkomst met De Achterban. Een club die zichzelf beschrijft als 'bond' voor (ex) daklozen, thuislozen en verslaafden. De binnenkomst was al net zo chaotisch als de buitenkomst. Mensen met broodjes in de mond liepen door elkaar, tafels en stoelen werden bijeen gezet. Een enkeling probeerde er structuur in aan te brengen en puzzelde met het meubilair tot een caleidoscopisch resultaat zichtbaar werd waar hij tevreden mee leek.

Een voorzichtige groet later schoof ik aan een tafel. Als gastspreker was ik uitgenodigd om het eerste deel van de vergadering te vullen. Voor mij lagen de vragen die vooraf waren opgestuurd. Nadat ik was geïntroduceerd stak ik mijn verhaal af. Na 10 minuten onderbroken door een eerste opmerking. "Dat weten we allemaal al, geef maar antwoord op de vragen", klonk vanachter uit de zaal. "Helemaal niet", weerkaatste een ander. Een start van een tumultueus verloop. De één na de ander stelde een vraag, vaak verpakt in een stellige opvatting over geld, rechten, wonen, schorsen en Polen. Terwijl ik koffie uit een plastik bekertje dronk en hoopte dat ik daarmee een restant van de hoffelijk aangeboden croissant mee kon weg spoelen, concentreerde ik me op de vragen tussen het opkomende rumoer. De spanning werd verbroken toen een man van middelbare leeftijd en, zoals hij aangaf, een goede bekende van de Kessler stichting, met veel gevoel voor drama zijn punten maakte. Hij bouwde zijn verhaal op en zijn liefelijk gezang ging langzaam over in een machtig gebrul over het onrecht, het leed en de nederigheid die zij moesten ondergaan. Met een uit het hart gezongen waarom toch? wees hij mij met beide handen aan. Enigszins verrast door zijn onverwachte talentvolle bijdrage, gaf ik hem antwoord maar zag - al pratend - mijn parelen op de grond rollen. Een antwoord was niet het doel, de proclamatie zelf was voldoende. Er volgde een aaneenschakeling van vragen, opmerkingen en antwoorden. Zinvol, dynamisch, emotioneel en oprecht. Zo laat het zich het beste samenvatten.

De tijd verliet mij maar toen de shag tevoorschijn werd gehaald en het geroezemoes toenam, kondigde de pauze zich aan. "Je hebt je goed verdedigd" vertrouwde een man mij toe op weg naar de binnentuin voor zijn rokertje. Hoewel ik antwoordde dat ik me niet aangevallen voelde zag ik de berusting in zijn ogen, hij was bekend met het antwoord. De Bariton zocht me op en vroeg of hij – straatambassadeur – ook politiebewaking voor zijn deur kon krijgen. "Heb je dat nog niet?" zei ik "schande!". De pret in zijn ogen nam zijn hele gezicht mee op reis. Een klap op mijn schouder volgde.

Op weg naar buiten probeerde twee mannen en een vrouw nog helderheid te krijgen over hoe ze snel een woning konden krijgen zonder dat gezeur van de hulpverleners. Terwijl op de achtergrond de stemmen klonken nam ik afscheid en wenste ze succes. Lege handen achter latend glibberde ik terug de auto in.