Koning Winter
Waarom toch?

Bijzonder dichtbij

Een week van twee berichten. Een overlijdensbericht in mijn mailbox: H. was overleden en de datum van zijn begrafenis werd rondgestuurd aan mogelijke belangstellenden. Ik kende de man, niet goed, maar ik kende hem wel. We spraken wel eens alweer een aantal jaren geleden, vooral over hoe de dingen beter moesten. Beter bij ons wel te verstaan. Over zichzelf liet hij zich niet zo uit. Afhankelijk van zijn gemoedstoestand trof ik hem als de getroffene, de gekwetste, de boze of de vriendelijke en radeloze man aan. Hij is uiteindelijk vertrokken.

Het bericht valt op tussen al die andere berichten en zorgt dat er andere overleden cliënten bij me in gedachten opkomen. Met een kop koffie naast me pruts ik wat aan een paperclip en zie ze voor me en denk aan de manier waarop ze zijn gestorven. Vaak zoals we ze hebben leren kennen, alleen.

De post ligt voor me op tafel en leidt me af. Mijn handgeschreven naam en adres sieren een witte enveloppe. Op de tafel tussen de kranten en andere post valt hij op. Ik maak hem als eerste open en verwacht een sollicitatie, een klacht of een aanbieding van een gulle gever die ons wil verblijden met een onverwachte verrassing. Dat laatste wil nog wel eens uitlopen op een teleurstelling. Er zijn gekkere dingen gebeurd de afgelopen jaren. Op de brief valt direct het zelfgemaakte beeldmerk op, het is het kenmerk van iemand die ik heb leren kennen tijdens zijn verblijf bij ons maar ook wel eens ontmoette als hij er niet was en op straat of bij 'de buren' was. Een man met een missie en de behoefte die uit te dragen. Licht polemisch en uitputtend gedocumenteerd, trok hij vaak ten strijde. Hij dook altijd wel weer een keer ergens op. De laatste keer aten we een broodje en wenste we elkaar na een 'goed verhaal' het allerbeste.

In één getypt velletje maakt hij nu duidelijk dat het hem goed gaat en dat hij samen met een vrouw, met een wonderschone naam, aan de vooravond staat van een fantastische Kerst. In hun eigen woning wel te verstaan. Hij wenst me een gelukkig Nieuwjaar. Een prachtige wens die alle glossy en met veel huisvlijt in elkaar geknutselde kaarten, die in tientallen tegelijk binnenkomen deze dagen, in één klap afwaarderen. De ironie is dat hij en de overleden man elkaar kenden. Ik heb ooit samen met ze en anderen aan tafel gezeten om de warme maaltijden – waarover veel klachten waren – te proeven en zelf te ervaren dat ze groot gelijk hadden. In veel opzichten een hilarische winteravond. Pret, verdriet en gedeelde verontwaardiging gingen hand in hand. Een Kerstdiner met bijzondere mensen, dat gun ik iedereen.

Reacties