Goed zo, ga zo door!
Het krullenmeisje

Piet Praat

Al jaren zit hij meerdere malen per dag gehurkt tegen de muur of tegen de radiator in één van de gangen van het oude klooster. Zijn magere lijf ineengedoken, zijn hoofd in zijn handen. Soms kijkt hij op en roept - terwijl hij zijn blik scherp probeert te krijgen - je naam. Hij loopt snel, in zichzelf gekeerd struikelt hij bijkans de trappen af. De te grote broek en overhemd slobberen om zijn magere lijf, haren verward en een gezicht vol rimpels. Hij lijkt altijd haast te hebben, totdat hij zijn favoriete zithouding aanneemt en ineenduikt. Hij lijkt in stilte vragen te stellen, gelijk een filosoof in oude tijden.

Laatst kruisten onze wegen. "Piet, wat kijk je toch ingespannen, zie je wel goed?". Een diepe zucht, rommelende longen en een licht verbaasde blik. "Nee, ik zie niet goed, was laatst bij een arts, wat denk je dat die zegt? Je moet een leesbril!" Een schaterlach vulde zijn grimaserende gezicht, de bewegingsdrang werd groter en nam bezit van zijn hele lichaam. "Wat moet ik nu met een leesbril? Ik lees helemaal nooit!". Na deze nuchtere openbaring was mijn nieuwsgierigheid gewekt en besloot ik vaker een praatje te maken. Een Pietpraatje.

Een paar weken later zag ik hem weer zitten, gehurkt tegen de radiator. Ik probeerde min of meer dezelfde houding aan te nemen, mijn spieren spanden en ik voelde de metalen ribben van de oude radiator in mijn rug prikken. Het water suisde door de metalen ribben van de verveloze verwarming . Piet trok zijn hoofd uit zijn handen en keek me aan. "Ben jij Bram?" vroeg hij en stelde direct de vervolgvraag of ik wist hoeveel geld hij had. "Nee daar ben ik niet van op de hoogte Piet" probeerde ik monter en licht aangeslagen door de normaliteit die Piet aan de dag legde in deze situatie. Ik zit niet vaak in de gang op mijn hurken tegen een verwarming en verwachtte toch dat hij daar minimaal een opmerking over zou maken. Nee hoor, in tegendeel. Er volgde een verhandeling over geld, sparen en de liefde voor zijn zus die hem in zijn jonge jaren heeft verzorgd. Hoewel ze hem – vervolgende hij stoïcijns – zelden heeft bezocht, is zijn spaargeld voor haar. Ze heeft het verdiend. "Heb je nog andere wensen waarvoor je wil sparen?", probeerde ik. Zijn hoofd trok hij rechtop, het grimasseren stopte, hij keek me indringend aan, zijn lach overspoelde zijn gezicht "Nee joh, ik ben al in de tachtig". Daarmee was alles gezegd.

Terwijl ik voorzichtig mijzelf omhoog probeerde te hijsen zonder al te veel een potsierlijke indruk te maken, vroeg ik me (ter afsluiting) af of hij toch liever niet op een stoel zou willen zitten. "Nee hoor, de kachel is lekker warm" zei hij, het hoofd weer beschermend in zijn handen. Of het elk moment kon loskomen van zijn lichaam.

Vijf minuten later stapte ik in mijn auto, Piet reed in gedachten nog een tijdje met me mee.

Reacties