Kijkgroen
Ode aan de geit

Vergaderen op locatie: de bouwkeet

Langzaam draaide de schroef in de aarde. Plaats voor het storten van een betonnen paal voor het fundament van ons nieuwe hoofdgebouw. Mannen in een kuil, kleurige helmen op, wijzen zwijgend de orders door. Op het 'droge' staan felgroene containers op elkaar gestapeld met een ijzeren trap er aan vast geklonken. Het kantoor, of liever gezegd, de bouwkeet. Een nieuw avontuur tegemoet; een bouwvergadering op locatie. Binnen enige verwarring, mannen die niet of nauwelijks hun blik van de papieren afwenden, deuren die allemaal op elkaar lijken en geen enkel aanknopingspunt. Halverwege gokte ik het erop, een ruimte met een tafel en stoelen. Nam plaats en zag zo'n acht mannen en een vrouw binnen druppelen. Mijn collega nam naast mij plaats. Door het raam scheen de zon de kamer warm en schitterde op de plastik helmen van de bouwmannen buiten. Iets maakte een kabaal, een aggregaat een pomp? Onbekend met dergelijke geluiden probeerde ik in te schatten wie er allemaal was en wat ze kwamen doen. Na een korte voorstelronde begon het overleg, de koffie brandde door het plastik bekertje heen mijn handen.

Links van mij een man in hemdmouwen, groot horloge en dito stembereik. Hoewel hij geen voorzitter was nam hij spoedig de leiding. Nog inschattend wat zijn rol precies was werd de aandacht getrokken door een tweestrijd tussen twee onderaannemers/adviseurs. Het was mij om het even waar ze precies verantwoordelijk voor waren maar heel erg met elkaar eens waren ze het niet. De gesprekken liepen sowieso niet via de voorzitter. Nee hier golden andere regels. Regels van de bouwkeet. "ik heb andere tekeningen dan jij" en "dat kan niet" pikte ik op als de kern van de discussie. Meer mensen gingen er zich mee bemoeien en uiteindelijk deden mijn collega en ik mee. Je kan moeilijk stil blijven als het continue over het gebouw gaat wat onder onze neuzen werd gebouwd. Hoewel de essentie van het geschil mij was ontgaan besloot ik met 'laten we het uitzoeken'. Wel vaker een succesvolle afronding.

Nadat de hormoonhuishouding weer enigszins op orde was en er afspraken waren gemaakt, ontpopte de voorzitter, sloeg zijn vaderlijke vleugels uit en vatte één en ander samen. We werden bedankt, de vergadering ging verder zonder ons. Bij het afscheid bedankte ik een ieder en beloofde hen vaker te komen. Hoewel het enthousiasme niet wederzijds was kon men de lol er wel van inzien. Buiten voelde ik me ontheemd, bouwmateriaal ontwijkend en stof happend, ontving ik weer die bouwgeluiden luid en duidelijk. Dat gebouw komt er wel dacht ik en zwaaide naar iemand die niet naar mij zwaaide maar naar iemand in een kraan. Onhandig stapte ik in mijn auto, ik ben zeker van plan terug te komen. Na de zomer, wanneer de eerste verdieping staat, schuif ik weer aan desnoods met helm.

Reacties