Zeggenschap in stilte
Belangeloos is niet onbelangrijk

“Met mij”

De telefoon. In het venster zag ik wie mij belde, mijn moeder. "Hoi Ma, alles goed"? Vroeg ik voorzichtig sinds ze een tijd geleden van de fiets was gekukeld. "Ja met ma, er is hier iemand en die is dakloos. Mijn buurman zag ik hem in de tuin (het volkstuintjescomplex) rondscharrelen". "Die stakker weet niet waar hij heen moet en zijn voeten zijn helemaal kapot, hij kan toch bij de Kessler terecht"? Dat is mijn moeder, woonachtig in Rijswijk, bijna tachtig en direct to the point. Uuuh, probeerde ik nog maar bedacht dat ik onmogelijk een genuanceerd en afgewogen antwoord kon geven. Ook een directeur is een kind van zijn moeder. "Ja hoor, als hij wil kan hij naar de crisisafdeling komen in de Zamenhofstraat". De buurman op de achtergrond hoorde ik herhalen "Ramenhoofdstraat". In de herkansing en na drie keer was de naam opgeschreven. "De buurman gaat die arme sloeber wel even brengen, het is in Den Haag hè buurman"! In de buurt van het Westeinde Ziekenhuis (dat heet inmiddels ook anders maar ik zag problemen bij Medisch Centrum Haaglanden), riep ik nog terwijl mijn moeder bezig was de hoorn van haar oor af te bewegen.

Tuut, tuut, tuut. Dit alles duurde nog geen 45 seconden. Op weg naar huis, radio 1, het Malieveld rechts. Mijn gedachten dwaalden. Zou de buurman het gevonden hebben en gezegd hebben bij binnenkomst "op last van de directeur en zijn moeder kom ik deze sloeber brengen". Ik hou mijn hart vast.

Reacties