Previous month:
maart 2010
Next month:
mei 2010

april 2010

In de rij

Ze schuifelde in de rij naar voren, een onbeduidend loket lonkte. Na een knikje nam ze plaats tegenover me. Ongemakkelijk probeerde ik haar in de ogen te kijken, ze ontweek mijn blik en kneep met haar doorrookte vingers in het plastic bekertje. Koffie met melk en veel suiker. Duizenden keren heb ik mensen ontmoet, vaak in schaamtevolle en ontluisterende situaties. Contact is als ademen. Het gaat vanzelf en wordt vervelend wanneer het stokt. Bij een lopend gesprek ademt de één in en de ander uit, het liefst om en om. Maar soms is dit ritme verstoord. De sfeer wordt benauwend, klemmend, condens op de ramen en een steeds langzamer tikkende klok. Het lichaam komt in verzet, schouders, handen en bovenbenen geven de spanning aan. Ik voelde het ongemak maar verzette me er tegen.

De vrouw voor me kende ik vaag en kon haar niet zomaar passeren. Ik knikte en bood een stoel aan. Geen probleem. Ze praatte volleerd. Zonder veel wisseling in de toon spoot uit de vele door hulpverleners geprikte gaten uit het dunne vlies dat haar stuwmeer aan levenservaringen probeerde tegen te houden, het ene na het ander verhaal. Turend op een plek op de muur achter mij nam ze in vogelvlucht haar leven met me door. Althans, ze doceerde ellende. Ze had het vaker gedaan en ze zou het nog veel vaker doen. Kinderen waren opgevangen in verschillende pleeggezinnen, drugs en prostitutie hadden haar leven verwoest. Haar getormenteerde lichaam onderstreepte het verhaal. Haar huid leek op sommige plekken opengebarsten om ruimte te geven aan het gif dat zijn uitweg zocht. Het licht in haar ogen werd gebroken door het brakke water dat er in leek te drijven. Zou ze de zon zien zoals ik? In sommige gesprekken is een ander ritme. Vragen kwamen niet te pas maar woekerden om voorrang in mijn hoofd. Geen vraag kwam naar buiten, het contact bestond uit zwijgen. Wat ging er door je heen, wat voel je? Zie je nog een uitweg om ooit zelfstandig te gaan wonen? Kan je van de drugs afblijven, mis je je kinderen, heb je nog contact met je familie, hoe kom je van je schulden af? Kan je nog werken en zo ja wat kan je dan? Stilte. De antwoorden wist ik al. Schulden konden gesaneerd worden, lichamelijke ongemakken konden worden verholpen, methadon was voorhanden, psychiaters waren op afroep beschikbaar en misschien konden we een woninkje regelen. Maar dan? Helemaal alleen zonder genotsmiddelen, zonder een 'normaal netwerk van liefhebbende mensen' zonder geld en helemaal niets om handen op de tweedehands bank een goedkoop shagje roken? Hoelang zou het duren voordat het dunne vlies het stuwmeer niet meer kan tegenhouden en de druk ondraaglijk wordt? Is iemand zo sterk deze last te dragen, te verwerken zonder terug te grijpen naar het bekende en altijd aan de deur kloppende oude leven? De dood huist in ons allemaal, dat is aan de ene kant een geruststellende gedachte maar soms heeft ze de weg naar buiten gevonden en kijkt je recht in de ogen. We zeiden elkaar gedag, zij schoof terug in de rij van de marge, schouders omlaag, plastik tas in de hand, een gedoofde sigaret in de andere. Huiveringwekkend realistisch.


Emotie is politieke rationaliteit

Na enig zoeken en dankzij twee geüniformeerde ordebewakers trof ik mijn medecursisten aan in het souterrain van een zalencentrum dat zijn glorie al enkele decennia geleden had verloren. Een helblauw gestoffeerde trap bracht me naar de onderwereld die matig door hoge raampjes werd verlicht. De bewolkte lucht schoof aan ons voorbij evenals het geluid van het treinverkeer. De cursusleider bleek een bekende uit de Haagse politiek. We begroetten elkaar hartelijk en ik schoof aan in rechthoek geformeerde tafelschikking. Het onderwerp was lobbyen en met name hoe dat aan te pakken als maatschappelijke instelling. De cursusleider sprak met een jongensachtige enthousiasme gelardeerd met onvervalste VVD humor. Adel verplicht immers. Vol trots vertelde hij over het spel dat politiek heet en hoe je zo goed mogelijk gebruik kan maken van de momenten waarop besluiten worden gemaakt. Zelf, fractievoorzitter en Kamerlid in spé, schuwde hij geen enkele blik achter de coulissen. Dat is immers de plek waar het echte toneelstuk wordt gespeeld. Het stuk dat het volk te zien krijgt is immers voor de bühne. Mijn land- en vakgenoten keken deels met verbijstering rond en deels met een blik van herkenning. Diepe groeven van ingesleten ergernis wisselden af met de vrolijke ogen van een kind in een snoepwinkel. De één zag kansen en de ander narigheid en bevestiging. De één zag de waarheid, de ander de werkelijkheid. Het betoog werd even onderbroken door 'mensen uit de lokale politiek'. Een wethouder had zowaar dertig minuten vrijgemaakt, een hoge ambtenaar toog achter zijn aura aan. De wethouder, een jonge dertiger, blauw streepjespak, bruine schoenen en een knalblauwe glimmende das, bleek een kruising tussen van Aartsen, Zalm, Brinkman en een willekeurige voorzitter van de JOVD. Een prachtige gereformeerde slag in zijn haar verraadde zijn achtergrond. Een slag waar onze premier jarenlang om heeft gebeden. De man was duidelijk en riep, ware het een dominee, dat iemand die het spel en de structuur van de gemeente niet kent bij hem geen kans maakt. "Daar heb ik geen zin in". Ook stukken langer dan één A4 werden door hem niet gelezen en direct doorgeschoven. "Nee, luisteren doe ik wanneer een organisatie mee zie denken met de maatschappelijke opgave die we hebben en die niet direct over geld begint".

Ik sprak hem hierop aan en nam het op voor kleine organisaties die niet alleen met man en macht proberen alle regelgeving te volgen en uit te voeren maar ook zich moeten verdiepen in de structuur van een gemeentelijke organisatie. Daarboven op de grootste uitdaging: de cultuur van gemeentelijke organisatie begrijpen. Wethouders komen en gaan. Beleidsafdelingen blijven. Een zegen en een vervloeking in één. Cultuur veranderen lukt bijna geen wethouder in één periode, zeker niet wanneer hij/zij een klein deel uitmaakt van de politieke macht. Dat is de ratio. Maar zoals onze ter zake kundige cursusleider al zei: "emotie is politieke rationaliteit". De wethouder en ambtenaar pruttelden nog wat na en verdwenen. De dag eindigde praktisch met een voorbeeld hoe een lobbyplan te maken. Op de laatste sheet een foto van Kolonel "Hannibal" Smith van de serie, uit de jaren tachtig, het A-Team. Zijn adagium pronkte onder zijn afbeelding "I love it when a plan comes together". Ook bij onze cursusleider en Bosnië veteraan kroop het bloed waar het niet gaan kon. Hij sloot af en ik zag hem even heel even in de houding staan. Buik vooruit, jasje dichtgeknoopt, kin omhoog. Salut! Het was een mooie dag.


Het is goed

De zwarte zachte tegels lopen onder mijn voeten vandaan. De kleine openingen waarlangs waternevel de weg naar boven vindt, zwijgen al weer een poos. Het plein naast het stadhuis is leeg op de leegte na. Jongeren laten zich in de veiligheid van hun subcultuur zien. Onhandig balanceren zij op een plank met wieltjes. Strak kijkend, een somberheid acterend, spiegelen zij zich als narcisten in het zwarte glas van het theater dat als een rechthoekige Yin naast het stadhuis staat te glimmen in lentezon. Ik kies een rand om te zitten en vouw de krant uit, te vroeg voor een afspraak te laat voor een kop koffie. Naast mij zijgt een man neer, een zwarte man, moe van het lopen. Zijn schoenen kapot, zijn handen als knotwilgen gekleumd om de hengsels van een plastik tas. De haren slierten structuurloos in de wind. Onbeschaamd neem ik de man in mij op zoals een marktkoopman zijn toegestroomde publiek. De neiging hem aan te spreken verliest het van de drempel die zich, steeds groter groeiend, voor mij voeten vormt. Bij oogcontact zijn er drie seconden waarin mensen besluiten elkaar aan te spreken of niet. Te laat, de evolutie wint het. Ik sta op, vouw mijn ongelezen krant op en ga naar mijn bestemming. Het geleerlooide gezicht kijkt op, de ogen samengeknepen, een veelbetekende blik. "ga maar, het is goed".

    


Belangeloos is niet onbelangrijk

De prille voorjaarszon prikt via het spiegelende water door het raam van het visrestaurant. Tussen de bleke mensenhoofden van het terras, het zicht op de klapperende touwen aan de masten. Wit/grijze meeuwen dansen - ogenschijnlijk ongeïnteresseerd - in de wind, klaar om toe te slaan. In de stilte van het restaurant is de crisis voelbaar. De borden staan dampend op tafel. Mijn tafelgenoot begint met een zekere hand "het vissie" te fileren. "Hoe is het met je Bram"? Het antwoord rolde als klaterend water over mijn lippen, op tafel en verdampte. Zijn verhaal volgde. We kennen elkaar nauwelijks op een paar cruciale momenten na. Dat was de kennismaking en het afscheid bij een vorige werkgever. Mannen van in de vijftig, elkaar weer gevonden via de moderne media, besloten samen "een vissie" te gaan eten. Een ronde man met een bonkig voorkomen in een opvallende gekleurde trui. Rechtuit communicerend en kennis van cijfers, reeksen en grafieken. "Ik zit ergens mee en wil het van me af hebben", we kwamen to the point en bestelden een glas witte wijn. Mannen van de wereld. Hij keek getergd en boos toen hij uitlegde waar hij mee zat, zijn vriendelijke kraaienpootjes acteerden mee. "Ik stem rechts maar ik denk links", vervolgde hij. "ik erger me rot aan de overheid die, wanneer het over de AWBZ gaat, alleen maar aan de kosten denkt en niet aan de baten". Een gevoelsbegroting. "Zij lijken wel onbewust onbekwaam, jarenlange wijzigingen, kortingen, registraties, efficiëntieslagen, pakketmaatregelen en ga zo maar door, het moet stoppen". Een slok, een onnodige aanmoedigingsknik. "Het helpt geen zier, denk ik, we zijn te laat maar toch moet ik het kwijt en wil er over publiceren". Ik haakte gretig in en bood hulp bij het uitwerken van zijn boodschap.

Een blik naar buiten. Daar boog een bewoner van één van onze beschermde woonvormen, zich over zijn bord. Voor hem een glas wijn en naast hem een vrouw. Het is een mooi toeval hem hier te zien, in de haven, weg uit het beschermende klooster. Hij is een uitzondering, er is iemand die zich om hem bekommert. "Weet je, ik heb even geen werk maar ik vermaak me prima. Ik doe onderzoek voor de publicatie, spreek mensen en verdien er geen cent mee. Het is belangeloos maar niet onbelangrijk", vervolgde mijn vroegere collega na een toiletbezoek en dronk, als een aangemeerde visser, zijn dubbele espresso zonder aarzeling in twee slokken op. Op de terugweg maakte we afspraken. Bij het uitstappen een hartelijke hand. In de gangen van het voormalige klooster voelde de stilte al lang niet meer als crisis. Eenzaamheid hoopt zich op tegen de muren. Flarden van verwerking. Voor hoop is het nooit te laat. Als makkers binden we de strijd aan. Wat een mooie dag!


“Met mij”

De telefoon. In het venster zag ik wie mij belde, mijn moeder. "Hoi Ma, alles goed"? Vroeg ik voorzichtig sinds ze een tijd geleden van de fiets was gekukeld. "Ja met ma, er is hier iemand en die is dakloos. Mijn buurman zag ik hem in de tuin (het volkstuintjescomplex) rondscharrelen". "Die stakker weet niet waar hij heen moet en zijn voeten zijn helemaal kapot, hij kan toch bij de Kessler terecht"? Dat is mijn moeder, woonachtig in Rijswijk, bijna tachtig en direct to the point. Uuuh, probeerde ik nog maar bedacht dat ik onmogelijk een genuanceerd en afgewogen antwoord kon geven. Ook een directeur is een kind van zijn moeder. "Ja hoor, als hij wil kan hij naar de crisisafdeling komen in de Zamenhofstraat". De buurman op de achtergrond hoorde ik herhalen "Ramenhoofdstraat". In de herkansing en na drie keer was de naam opgeschreven. "De buurman gaat die arme sloeber wel even brengen, het is in Den Haag hè buurman"! In de buurt van het Westeinde Ziekenhuis (dat heet inmiddels ook anders maar ik zag problemen bij Medisch Centrum Haaglanden), riep ik nog terwijl mijn moeder bezig was de hoorn van haar oor af te bewegen.

Tuut, tuut, tuut. Dit alles duurde nog geen 45 seconden. Op weg naar huis, radio 1, het Malieveld rechts. Mijn gedachten dwaalden. Zou de buurman het gevonden hebben en gezegd hebben bij binnenkomst "op last van de directeur en zijn moeder kom ik deze sloeber brengen". Ik hou mijn hart vast.


Zeggenschap in stilte

Schuivende stoelpoten over een met zeil bedekte houten vloer. Het vale TL licht bescheen de formica tafels die tegen elkaar geschoven maar geen geheel wilde worden. Tweeduizendzeven, roken mocht nog. De vergadering begon onder luid gehoest van de voorzitter. Onzeker naar de ondersteuner kijkend begon hij met een opmerking over een niet geagendeerd onderwerp. "Ik hoor dat de keuken dicht moet, u heeft dat gezegd en daar zijn we het niet mee eens". Ik trok mijn gezicht naar achteren, weg uit de rookwalm. Hij vervolgde: "het eten is hier goed en dat moet zo blijven". Triomfantelijk keek hij boven zijn bril uit en legde de agenda met trillende vingers naast zich neer. De eerste vergadering met de cliëntenraad in voormalig sociaal pension Tichelaar was gestart. Tien man sterk had zich – met hulp van een professionele ondersteuner – verzameld in een kamer. Negen van hen rookten. Zware goedkope shag rolde door de bruine vingers. Bijval van de heren, ja het eten is goed, prima zelfs! Een man zat voorovergebogen en hield zijn sigaret in een kenmerkende greep vast tussen twee vingers. Zijn arm hield hij boven zijn hoofd, de rook kringelde naar boven en zocht het licht. Zijn zeggenschap verborgen in stilte. Ik beloofde de keuken voorlopig niet te sluiten en als ik dat een keer van plan zou zijn dan zou er instemming van de cliëntenraad nodig zijn. Mijn relaas werd onderbroken."Ja, ja mooie praatjes maar u sluit hem toch", riep een kale man die – gelet op zijn stemvolume – gewend was aan dovemansoren. Vermoedelijk wel op termijn riep ik – inmiddels te luid pratend – door de rook heen. De ondersteuner, niet gewend aan sigarettenrook – kreeg een wit/groene kleur op zijn gezicht en probeerde de structuur er weer in te brengen. Iedereen sprak nu over verschillende onderwerpen, de voorzitter zweeg en leek zich niet bewust van wat er gaande was. Een rookpauze inlassen was zinloos, een adempauze daarentegen zou meer soulaas bieden. 

De gebogen man bewoog, zoog traag en lang aan zijn sigaret, as viel op tafel. Hij wilde wat zeggen. Stilte. "Uuh, zullen we de agenda afwerken"? piepte de inmiddels ongezond uit zijn ogen kijkende ondersteuner. "Ja goed idee", werd er geroepen "kom op voorzitter actie!" De voorzitter hernam het woord, hij werkte twijfelend de lijst af en leek zijn kruid te hebben verschoten. Plotseling keek hij mij met felle ogen aan en kondigde zijn vertrek aan. "Ik stop ermee, zoals u weet ga ik binnenkort naar het buitenland", hij draaide aan zijn ring met daarin een bruinkleurige grote steen. Gemopper om hem heen: "daar hebben we hem weer, met zijn idiote verhalen". Het raakte hem niet. Ik wenste hem veel succes, bedankte hem voor zijn inzet en schudde hem de hand en een goede reis. Op weg naar buiten, hoorde ik "fijne avond mijnheer Schinkelshoek", de gebogen man had zijn hoofd mijn richting gedraaid. Zijn ogen keken mijn twinkelend aan, tussen zijn vingers een afgebrande sigaret. "U ook".

De keuken is vorige maand - met instemming van de cliëntenraad- gesloten. Er wordt tijdens vergaderingen niet meer gerookt. De voorzitter is niet naar het buitenland vertrokken maar korte tijd later plotseling overleden. Hij bleek een dochter te hebben.


Zielig hè?

Op youtube circuleert een filmpje, gemaakt door CKV studenten. Culturele en Kunstzinnige vorming. Alstublieft, een studierichting met nota bene een eigen startpagina en zoekmachine op internet. Kom daar maar eens mee aan in een willekeurig derdewereldland (of is dat begrip inmiddels afgeschaft?). Ik klik op het pijltje. Direct komen de stadsgeluiden mijn kamer in. De noten wandbekleding van het halletje tussen de Bijenkorf en de Hema is herkenbaar. 

Een man op een stoel met een pet op met daarin een krant gevouwen. Een straatkrantverkoper, kranten op de knieën, pakje fris in de hand, gesponsorde jas. Van links komt een 'maatje' in beeld, zwarte baseballpet, onvaste blik. "Wie bent u?". Peter cowboy. De sfeer is gezet. Een gek en een dronkaard. Een hip muziekje ondersteunt de schokkende beelden van mensen in een stad; allemaal op weg. Een politieauto en het logo van het leger des heils faden mijn kamer in. De titel 'leven op straat'. De man met de hoed bleek een voormalig vrachtwagenchauffeur met een priesteropleiding én een bekende Nederlander die de zoon is van de weduwe van een onverstaanbare grootheid. Verbazing van achter de camera. Hij gaat verder, zijn verhaal spat vrolijk uit zijn ogen. "Ik heb tienduizenden mensen leren bidden en bekeerd". "Wauw zeg en toch dakloos geworden" vervolgde het hoorbaar jonge meisje van achter de camera met gespeelde verbazing. "Relatie verbroken, niet verwerkt, zelfmoordpogingen en op straat beland" stipuleerde hij alsof het voor eens en altijd moest worden vastgelegd. Slissend langs de gaten in zijn gebit een onvervalste zuidelijk accent. 

Shotwisseling. Peter de cowboy in beeld. Dronken. "Hoe lang komt u komt hier"? Peter keek in de camera, zijn kaken leken wel met elastiek verbonden. Hij trok ze moeizaam van elkaar. "Waar"? Een meesterlijke reactie. In plaats van antwoord te geven op tijdsvraag reageerden zijn met drank overgoten hersens op de veronderstelling dat HIER duidelijk was. Niet voor Peter. HIER is twijfelachtig in een dergelijk bestaan. Het vragenspel gaat verder. Peter krijgt het moeilijk en verbind zijn woorden met lange uuhhs. Maar herstelt zich en geeft antwoord op de vraag hoe het zo gekomen is. "Mijn vrouw is overleden, zielig hè"? zei hij met een hardheid die zichtbaar werd onder zijn dronken clowneske mimiek. Om het vervolgens af te maken met het antwoord op de vraag waar hij vannacht zou gaan slapen: "Het liefst bij jou".