“Met mij”
Het is goed

Belangeloos is niet onbelangrijk

De prille voorjaarszon prikt via het spiegelende water door het raam van het visrestaurant. Tussen de bleke mensenhoofden van het terras, het zicht op de klapperende touwen aan de masten. Wit/grijze meeuwen dansen - ogenschijnlijk ongeïnteresseerd - in de wind, klaar om toe te slaan. In de stilte van het restaurant is de crisis voelbaar. De borden staan dampend op tafel. Mijn tafelgenoot begint met een zekere hand "het vissie" te fileren. "Hoe is het met je Bram"? Het antwoord rolde als klaterend water over mijn lippen, op tafel en verdampte. Zijn verhaal volgde. We kennen elkaar nauwelijks op een paar cruciale momenten na. Dat was de kennismaking en het afscheid bij een vorige werkgever. Mannen van in de vijftig, elkaar weer gevonden via de moderne media, besloten samen "een vissie" te gaan eten. Een ronde man met een bonkig voorkomen in een opvallende gekleurde trui. Rechtuit communicerend en kennis van cijfers, reeksen en grafieken. "Ik zit ergens mee en wil het van me af hebben", we kwamen to the point en bestelden een glas witte wijn. Mannen van de wereld. Hij keek getergd en boos toen hij uitlegde waar hij mee zat, zijn vriendelijke kraaienpootjes acteerden mee. "Ik stem rechts maar ik denk links", vervolgde hij. "ik erger me rot aan de overheid die, wanneer het over de AWBZ gaat, alleen maar aan de kosten denkt en niet aan de baten". Een gevoelsbegroting. "Zij lijken wel onbewust onbekwaam, jarenlange wijzigingen, kortingen, registraties, efficiëntieslagen, pakketmaatregelen en ga zo maar door, het moet stoppen". Een slok, een onnodige aanmoedigingsknik. "Het helpt geen zier, denk ik, we zijn te laat maar toch moet ik het kwijt en wil er over publiceren". Ik haakte gretig in en bood hulp bij het uitwerken van zijn boodschap.

Een blik naar buiten. Daar boog een bewoner van één van onze beschermde woonvormen, zich over zijn bord. Voor hem een glas wijn en naast hem een vrouw. Het is een mooi toeval hem hier te zien, in de haven, weg uit het beschermende klooster. Hij is een uitzondering, er is iemand die zich om hem bekommert. "Weet je, ik heb even geen werk maar ik vermaak me prima. Ik doe onderzoek voor de publicatie, spreek mensen en verdien er geen cent mee. Het is belangeloos maar niet onbelangrijk", vervolgde mijn vroegere collega na een toiletbezoek en dronk, als een aangemeerde visser, zijn dubbele espresso zonder aarzeling in twee slokken op. Op de terugweg maakte we afspraken. Bij het uitstappen een hartelijke hand. In de gangen van het voormalige klooster voelde de stilte al lang niet meer als crisis. Eenzaamheid hoopt zich op tegen de muren. Flarden van verwerking. Voor hoop is het nooit te laat. Als makkers binden we de strijd aan. Wat een mooie dag!

Reacties