Next month:
april 2010

maart 2010

Betje Big

Door het mooie Leiden laverend zocht ik mijn weg naar de afspraak. Parkeerde de auto op een verlaten binnenplaats van een oud en vervallen gebouw uit begin 1900 en schudde een hartelijke hand. Het was de groet aan de man van de afspraak, die fietsend, tegelijk met mij aankwam. De stichting waarvoor hij werkt geeft gratis boeken weg. Gratis en voor niets; een uitgangspunt dat Nederlandse achterdocht veroorzaakt. Mijn collega had me overgehaald eens kennis te nemen van deze stichting, het bestuur en de locatie waar de boeken kunnen worden uitgezocht. 

Naar binnen samen met, de eveneens op de fiets gearriveerde, jonge vrijwilligster. Gevieren door het donker. Holle ruimtes, gebroken licht en een natte keldergeur. De trap op naar zolder. Duizenden boeken, in kasten, op stapels en dozen lagen of stonden te wachten. Ze hadden een reis achter de rug. Bij uitgevers vandaan, uit boekenwinkels en door particulieren zijn ze opgestuurd en op zolder neergezet. Klaar om weggegeven te worden. "Uit ideaal" zo vertelde het bestuurslid terwijl wij stoelen ontdeden van boeken om op te zitten. "Het is wel lastig het grootschalig te regelen, we hebben immers geen inkomsten en zijn afhankelijk van gratis opslagruimtes". De duiven koerden in de houten nok en de kou trok in mijn lichaam. "Boeken gooit niemand weg, dat staat gelijk aan boekverbranding" ging hij verder en begon al argumenterend kinderboeken te zoeken. Boeken die hij aan mijn collega gaf. Een Albert Heijn tas bracht uitkomst. "We hebben een goede bestemming voor deze boeken, er zijn nogal wat gezinnen met jonge kinderen bij ons", riep ik ten overvloede. Veel aanmoediging had hij namelijk niet nodig. De tas was vol, het afscheid was hartelijk. Wij gaan nadenken over samenwerking, zeker dak-en thuislozen behoren tot de groep mensen waarvoor de stichting is opgezet. 

Op de weg naar beneden nog even naar het toilet. Tijdens het handen wassen spatte het water uit de afvoer van de wastafel op de vloer en mijn schoenen; er was geen afvoer. Uit de tas haal ik een gebruikt boekje, De verjaardag van Betje Big van Dick Bruna. Op de binnenpagina een stempel AFGESCHREVEN. Voor sommige wel voor andere een cadeau.


Zwembad zonder badmeester

Zojuist ben ik gefilmd door een crew van TVDenHaag voor het programma Den Haag Frontaal. Een programma waar onderwerpen langskomen die te maken hebben met de zogenaamde Kracht- Pracht of zoals u wil Vogelaarwijken. Of ik even een pittig standpunt wilde roepen; liefst in één minuut. Nadat de senior van de crew mij deelgenoot maakte van zijn ervaringen met mensen die zich ophouden aan de zelfkant van onze samenleving, pakten de twee andere - veel jongere - medewerkers de camera en microfoon (zo'n pluizenbol). "Kan het in de tuin, dan kan het klooster er ook nog mooi op". Eenmaal buiten keken een aantal bewoners me na, ik zag het niet maar voelde bijna die meewarige blik in mijn rug prikken. Een beetje quasi onverschillig zat ik op de leuning van een bankje mijn evenwicht te bewaren en verzonk ik in gedachten. Wat zal ik gaan zeggen? Wat doe ik hier 200 meter van het paleis Noordeinde in een voormalige kloostertuin van een Beschermde woonvoorziening met drie mensen en een camera voor mijn neus, een pluizenbol boven mijn hoofd terwijl zich achter mijn rug een steeds groter groepje bewoners en medewerkers zich verzamelden om het schouwspel te bekijken  en er van mij een statement van een minuut verwacht wordt over iets uit de krachtwijken? Een diepe zucht en 20 lange minuten later stond het erop. In the pocket volgens de senior die met het uiterlijk van een rocker zijn hippe leesbril onder zijn haar schoof en in gedachten al weer verder was. Het statement: gemeente investeer niet alleen in gebouwen waar mensen worden opgevangen maar ook in begeleiding (WMO) om mensen weer te 'leren leven' buiten die instellingen. Anders hebben we 'zwembaden zonder badmeesters', riep ik met een iets te hoge stem en met een zekerheid die mijn onzekerheid over de betekenis van deze metafoor net niet overschaduwde.

Een half uur later riep bewoner Kees op de gang tegen een collega terwijl hij zijn vinger naar mij priemde: "hij wordt een filmster hoor, het is net Fred Astair". In haar glimlach zat berusting naar Kees (hij is doof) en radeloosheid omdat ze niet direct een beeld van good old Fred had. God zij dank, de Fred Astaire in mij heb ik nog nooit ontdekt en dat is, gelet op mijn motoriek zo vreemd niet. Hoe dan ook, de mannen van Tichelaar hebben weer wat om over te praten, binnenkort is Den Haag een beeldspraak rijker en ik kan me koesteren met de gedacht dat er ergens diep van binnen een Fred Astair in mij huist.


BramBlogt: Ben ik in beeld?

Vandaag werd ik op de foto gezet. De eerste keer voor een artikel in een jaarbericht van een vermogensfonds. Nog tijdens de fotoshoot stond de tweede fotograaf te wachten voor een foto bij een artikel in een gemeentelijk blad. Ik onderging het gelaten, het "in de picture" staan hoort enigszins bij mijn functie die zich voor een deel in het publieke domein afspeelt. Bovendien ga ik vaak in op verzoeken voor een artikel, een mening of een fotomomentje. Niet (alleen) uit ijdelheid maar vooral omdat ik via zoveel mogelijk kanalen de boodschap van ons werk wil overbrengen. Werk dat zich tot voor kort achter gesloten deuren in oude - van de hand gedane - gebouwen afspeelde en het verdiend om gezien te worden. "Het werk" bestaat namelijk uit het opvangen en begeleiden van mensen die om de een of andere reden zijn aangewezen op de Kessler Stichting. Over "die mensen" wordt makkelijk geoordeeld; overdreven negatief en soms ook wel romantisch positief. Een berichtje, een interview, een foto, een publicatie, een advertentie of een open dag helpen mee het beeld realistischer te maken. Vandaag was zo'n dag om daaraan te werken. De ene fotograaf wilde ook nog even buiten wat plaatjes maken. We waren in Tichelaar (een voormalig klooster), een omgeving voor een fotograaf om te smullen. Vooruit maar, dacht ik, laat ik hem nu niet lastig vallen met een ethisch vragenspel of het ook zo leuk is om hier met zijn vijftigen te wonen, en stelde me op voor de twee huisgeiten die vredig stonden te grazen in de voormalige kloostertuin. Drie bewoners zagen me staan en liepen schoorvoetend naar me toe, nieuwsgierig vroeg de kleinste van het stel of hij ook op de foto mocht. Met één jaknik legde hij zijn arm om me heen direct gevolgd door de twee andere heren. Gebroederlijk stonden we daar gearmd. Ik voelde de trillende arm van mijn rechterbuurman en zag hoe nummer twee en drie hun armen daar weer overheen probeerde te krijgen. De arthrose, medicatie of de schade van de voorgaande jaren van hun levens waren zichtbaar in de lijven van deze drie mannen. Even hadden ze plezier, maakte ze geintjes en hadden ze contact. In plaats van dat ik ze kon bedanken bedankte ze mij. Volkomen onterecht. De dank is immers geheel aan mijn zijde.


BramBlogt: Honger in Parijs

Parijs
Ik was voor een privébezoek in Parijs. Terwijl ik door de stad fietste (jawel) bereikte mij per sms de berichten over de wisseling in de top van de PvdA. Parijs is niet zo ver meer als in mijn jonge jaren, de TGV en snelle internetverbinding maken afstand relatief. Minder relatief is de afstand tot de allerarmsten. Parijs- ook bekend om haar daklozen - biedt plaats aan veel mensen: arm, rijk, jong, oud, mooi, lelijk, vrolijk, boos, relaxed, gehaast, legaal en illegaal. Ik ben ze in soorten en maten tegengekomen. Vooral in het ondergrondse gangenstelsel. Bovengronds kwam ik - zittend op een bankje - een jongeman tegen die zowel het Frans als het Engels goed beheerste en mij vroeg om wat kleingeld. "Het was om te eten" zo verzekerde hij mij. Schatplichtig overhandigde ik hem een 2 euro munt en liet mijn oog vallen op een wat oudere man die positie koos naast een supermarkt. In de tussentijd kwam de jongeman nog even terug om zijn beklag te doen. Ik bleek hem een waardeloze 1000lire munt uit het Vaticaan te hebben gegeven, die wilde hij niet..Overtuigd van zijn redelijke argumentatie gaf ik hem een verse 2 euro munt. Hij vervolgde fluitend zijn weg. De oude baas pakte uit zijn tas een bord. "Heeft u een bijdrage zodat ik kan eten" staat er geloof ik vrij vertaald. Tientallen mensen verlieten de winkel en passeerden de man zonder hem ook maar een blik te gunnen. Het leek hem niet te deren, hij wipte van zijn ene been op het andere. Plotseling strompelde er een krom getrokken oude vrouw voorbij, haar lichaam met doeken bedekt. Ze liep de supermarkt in en kwam er na 10 minuten uit, gooide met een onwaarschijnlijke behendigheid geld in het bakje van de man en liep verder zonder ook maar één keer haar blik van de straat af te wenden. Het leek wel afgesproken. Ik wilde verder en voelde de behoefte geld te geven. Zeker gezien het feit dat ik die fluitende jongeman ook al geld had gegeven. Deze man vroeg me eigenlijk niets en zou zeker niet komen klagen, zelfs al zou hij een waardeloos muntstuk krijgen. Terwijl ik mijn zakken doorzocht naar een muntstuk, keek hij me aan. Hij stond pal voor mijn neus, ik gaf hem wat geld en liep door. Niet alleen de taalbarriere schiep afstand tussen ons. De afstand tussen Parijs en Den Haag is een stuk kleiner.