BramBlogt: Ben ik in beeld?

BramBlogt: Honger in Parijs

Parijs
Ik was voor een privébezoek in Parijs. Terwijl ik door de stad fietste (jawel) bereikte mij per sms de berichten over de wisseling in de top van de PvdA. Parijs is niet zo ver meer als in mijn jonge jaren, de TGV en snelle internetverbinding maken afstand relatief. Minder relatief is de afstand tot de allerarmsten. Parijs- ook bekend om haar daklozen - biedt plaats aan veel mensen: arm, rijk, jong, oud, mooi, lelijk, vrolijk, boos, relaxed, gehaast, legaal en illegaal. Ik ben ze in soorten en maten tegengekomen. Vooral in het ondergrondse gangenstelsel. Bovengronds kwam ik - zittend op een bankje - een jongeman tegen die zowel het Frans als het Engels goed beheerste en mij vroeg om wat kleingeld. "Het was om te eten" zo verzekerde hij mij. Schatplichtig overhandigde ik hem een 2 euro munt en liet mijn oog vallen op een wat oudere man die positie koos naast een supermarkt. In de tussentijd kwam de jongeman nog even terug om zijn beklag te doen. Ik bleek hem een waardeloze 1000lire munt uit het Vaticaan te hebben gegeven, die wilde hij niet..Overtuigd van zijn redelijke argumentatie gaf ik hem een verse 2 euro munt. Hij vervolgde fluitend zijn weg. De oude baas pakte uit zijn tas een bord. "Heeft u een bijdrage zodat ik kan eten" staat er geloof ik vrij vertaald. Tientallen mensen verlieten de winkel en passeerden de man zonder hem ook maar een blik te gunnen. Het leek hem niet te deren, hij wipte van zijn ene been op het andere. Plotseling strompelde er een krom getrokken oude vrouw voorbij, haar lichaam met doeken bedekt. Ze liep de supermarkt in en kwam er na 10 minuten uit, gooide met een onwaarschijnlijke behendigheid geld in het bakje van de man en liep verder zonder ook maar één keer haar blik van de straat af te wenden. Het leek wel afgesproken. Ik wilde verder en voelde de behoefte geld te geven. Zeker gezien het feit dat ik die fluitende jongeman ook al geld had gegeven. Deze man vroeg me eigenlijk niets en zou zeker niet komen klagen, zelfs al zou hij een waardeloos muntstuk krijgen. Terwijl ik mijn zakken doorzocht naar een muntstuk, keek hij me aan. Hij stond pal voor mijn neus, ik gaf hem wat geld en liep door. Niet alleen de taalbarriere schiep afstand tussen ons. De afstand tussen Parijs en Den Haag is een stuk kleiner.

Reacties