BramBlogt: Honger in Parijs
Zwembad zonder badmeester

BramBlogt: Ben ik in beeld?

Vandaag werd ik op de foto gezet. De eerste keer voor een artikel in een jaarbericht van een vermogensfonds. Nog tijdens de fotoshoot stond de tweede fotograaf te wachten voor een foto bij een artikel in een gemeentelijk blad. Ik onderging het gelaten, het "in de picture" staan hoort enigszins bij mijn functie die zich voor een deel in het publieke domein afspeelt. Bovendien ga ik vaak in op verzoeken voor een artikel, een mening of een fotomomentje. Niet (alleen) uit ijdelheid maar vooral omdat ik via zoveel mogelijk kanalen de boodschap van ons werk wil overbrengen. Werk dat zich tot voor kort achter gesloten deuren in oude - van de hand gedane - gebouwen afspeelde en het verdiend om gezien te worden. "Het werk" bestaat namelijk uit het opvangen en begeleiden van mensen die om de een of andere reden zijn aangewezen op de Kessler Stichting. Over "die mensen" wordt makkelijk geoordeeld; overdreven negatief en soms ook wel romantisch positief. Een berichtje, een interview, een foto, een publicatie, een advertentie of een open dag helpen mee het beeld realistischer te maken. Vandaag was zo'n dag om daaraan te werken. De ene fotograaf wilde ook nog even buiten wat plaatjes maken. We waren in Tichelaar (een voormalig klooster), een omgeving voor een fotograaf om te smullen. Vooruit maar, dacht ik, laat ik hem nu niet lastig vallen met een ethisch vragenspel of het ook zo leuk is om hier met zijn vijftigen te wonen, en stelde me op voor de twee huisgeiten die vredig stonden te grazen in de voormalige kloostertuin. Drie bewoners zagen me staan en liepen schoorvoetend naar me toe, nieuwsgierig vroeg de kleinste van het stel of hij ook op de foto mocht. Met één jaknik legde hij zijn arm om me heen direct gevolgd door de twee andere heren. Gebroederlijk stonden we daar gearmd. Ik voelde de trillende arm van mijn rechterbuurman en zag hoe nummer twee en drie hun armen daar weer overheen probeerde te krijgen. De arthrose, medicatie of de schade van de voorgaande jaren van hun levens waren zichtbaar in de lijven van deze drie mannen. Even hadden ze plezier, maakte ze geintjes en hadden ze contact. In plaats van dat ik ze kon bedanken bedankte ze mij. Volkomen onterecht. De dank is immers geheel aan mijn zijde.

Reacties