Reizen

Hij was er blij mee

Op de grond zittend, met haar rug tegen de ruit van een fonkelend ingerichte etalage, toont ze de stomp van haar geamputeerde linkerbeen. Ze bedelt. Voor de tweede keer in een korte tijd bezoek ik een stad in Schotland. Daar in het mistige noorden van het eiland, waar overal de Schotse vlag naast de Union Flag hangt, bedelen mensen voor het oog van iedereen. Meestal mannen met een plastic bekertje waar het geld in kan worden gestopt. Op de lange trap die mensen naar de hoog gelegen winkelstraat brengt een man die op zijn hurken met zijn hoofd tussen zijn knieën een bekertje vasthoudt. Eenmaal de trap op of af, is er geen ontsnappen meer aan. Een strategische plek.

Soms iemand die er meer werk van maakt: een hond met in zijn bek een pet waarin voorbijgangers, ontroerd door deze aanblik, geld stoppen en de hond aaien. De eigenaar blijft op de achtergrond zitten met een deken over zijn benen. Of de man met amputaties aan beide benen, die recht tegenover een oorlogsmonument, zich presenteert als iemand die gediend heeft. Hij krijgt zijn deel.

De vrouw zonder been kijkt mensen zo direct mogelijk aan, vouwt haar handen voor haar hart en zegt ‘please.’ Bij een gift in haar bekertje, werpt ze kinderen steevast een kushandje toe. Nadat de gever is verdwenen, pakt ze snel het geld en stopt het in een van de zakken van haar vesten. Ze draagt er wel drie. Op het moment dat het me te ongemakkelijk wordt om te blijven kijken, stopt er een zwarte Audi. Een man in een pak stapt uit, loopt op de vrouw af en geeft haar geld. De man rekt zich uit, kijkt om zich heen en stapt de auto weer in. De vrouw verblikt of verbloost niet.

Ons vertrek nadert. Mijn negenjarige dochter pakt haar roze portemonnee en zegt ‘ik ga dit aan een zwerver geven.’ Ik tel zo acht pond en vraagt of ze alles wil geven. Nou, bijna alles zegt ze en grijpt de meeste muntjes en stopt ze in haar zak. We slenteren door de straten, passeren doedelzakspelers, acrobaten, sieraadverkopers en living statues. Geen zwerver te vinden. Bij het afscheid stopt ze het geld in de handen van haar oudere zus die achter blijft en zegt ‘geeft het maar een zwerver waarvan jij denkt dat die er blij mee is.’  Twee dagen later een berichtje: ‘gedaan, hij was er erg blij mee.’


BramBlogt: Honger in Parijs

Parijs
Ik was voor een privébezoek in Parijs. Terwijl ik door de stad fietste (jawel) bereikte mij per sms de berichten over de wisseling in de top van de PvdA. Parijs is niet zo ver meer als in mijn jonge jaren, de TGV en snelle internetverbinding maken afstand relatief. Minder relatief is de afstand tot de allerarmsten. Parijs- ook bekend om haar daklozen - biedt plaats aan veel mensen: arm, rijk, jong, oud, mooi, lelijk, vrolijk, boos, relaxed, gehaast, legaal en illegaal. Ik ben ze in soorten en maten tegengekomen. Vooral in het ondergrondse gangenstelsel. Bovengronds kwam ik - zittend op een bankje - een jongeman tegen die zowel het Frans als het Engels goed beheerste en mij vroeg om wat kleingeld. "Het was om te eten" zo verzekerde hij mij. Schatplichtig overhandigde ik hem een 2 euro munt en liet mijn oog vallen op een wat oudere man die positie koos naast een supermarkt. In de tussentijd kwam de jongeman nog even terug om zijn beklag te doen. Ik bleek hem een waardeloze 1000lire munt uit het Vaticaan te hebben gegeven, die wilde hij niet..Overtuigd van zijn redelijke argumentatie gaf ik hem een verse 2 euro munt. Hij vervolgde fluitend zijn weg. De oude baas pakte uit zijn tas een bord. "Heeft u een bijdrage zodat ik kan eten" staat er geloof ik vrij vertaald. Tientallen mensen verlieten de winkel en passeerden de man zonder hem ook maar een blik te gunnen. Het leek hem niet te deren, hij wipte van zijn ene been op het andere. Plotseling strompelde er een krom getrokken oude vrouw voorbij, haar lichaam met doeken bedekt. Ze liep de supermarkt in en kwam er na 10 minuten uit, gooide met een onwaarschijnlijke behendigheid geld in het bakje van de man en liep verder zonder ook maar één keer haar blik van de straat af te wenden. Het leek wel afgesproken. Ik wilde verder en voelde de behoefte geld te geven. Zeker gezien het feit dat ik die fluitende jongeman ook al geld had gegeven. Deze man vroeg me eigenlijk niets en zou zeker niet komen klagen, zelfs al zou hij een waardeloos muntstuk krijgen. Terwijl ik mijn zakken doorzocht naar een muntstuk, keek hij me aan. Hij stond pal voor mijn neus, ik gaf hem wat geld en liep door. Niet alleen de taalbarriere schiep afstand tussen ons. De afstand tussen Parijs en Den Haag is een stuk kleiner.