Tijd voor bezinning?
Ik ga niet meer naar de tandarts

De tijd

Humphrey is nietsvermoedend naar bed gegaan en zijn dagelijkse ritueel doorlopen, medicijnen genomen, glaasje water gedronken en de dekens vast hoog opgetrokken. Zich wapenend tegen de Hollandse kou waar hij zo’n hekel aan had. Na 27 jaar te hebben gewoond in een voormalig sociaal pension werd hij niet meer wakker.

Ooit brachten verwarring en drugs hem aan het wankelen en, zo zeggen de mensen die hem nog kennen van die tijd, was hij vel over been. Het toenmalige pension bracht uitkomst. De verwarde gedachten namen af en de drugs verdwenen naar de achtergrond. Roken bleef hij doen en het goede eten smaakte hem goed. De ooit zo magere Humphrey groeide uit tot een rustige grote vriendelijke reus. Zijn rust viel op, hij reageerde secundair, een beetje in de vertraging. Vaak gevat en raak. Zijn kamer was een beetje verstopt in het pand. Je moest moeite doen om hem te vinden. De verwarming steevast op ‘hoog’ en uitzicht op de straat. Dat was zijn plekje. De medewerkers werden zijn vervangende familie en namen hem soms mee naar voetbalwedstrijden. Daar keek hij naar uit en kon er nog weken over praten. Als hij te stil werd zochten we hem op. Anders ging het mis en probeerde hij met drugs zijn opdringende gedachten weg te duwen.

Gewend geraakt door het leven in een instelling draaide hij mee in het ritme dat hem werd aangeboden. En hoewel hij zich had ingeschreven voor een woonpas en zei te fantaseren over zelfstandig wonen, kwam het er niet van. Zijn uitjes naar voetbalwedstrijden en Florencia, de lokale ijs-en koffie zaak op loopafstand, namen af. En op woningen reageerde hij, ondanks aanmoediging niet.  

Zijn lichaam werd uit zijn kamer getild op een brancard en door het pand naar de klaarstaande lijkwagen gebracht. Het was stil in huis.

Nog niet zo lang geleden sprak ik hem nog. Hij vroeg me, puffend door zijn aangetaste longen, waarom er geen klok hing in de net opnieuw ingerichte woon/eetkamer. ‘Er is overal aan gedacht maar er is geen klok, hoe kan ik nu zien hoe laat het is?’ ‘Hing er dan eerst wel een klok, vroeg ik.’ ‘Ja maar die is weggehaald en ik heb de begeleiding er al heel vaak om gevraagd maar ze doen niets.’ Hij glimlachte nu zijn zelfs zijn tandvlees bloot, hij droeg geen gebit meer. Om de vraag waarom hij geen horloge had, lachte hij nog meer. ‘Daar heb ik toch geen geld voor!’

Het was duidelijk, ik was verantwoordelijk voor een klok in de woonkamer, aldus Humphrey. En nog voordat de tijd hem verlaten had, hing die klok er. Net op tijd.

Dag Humphrey, je wordt gemist.

Reacties