Previous month:
januari 2018
Next month:
maart 2018

februari 2018

Tijd voor bezinning?

Er is een rapport van de commissie Dannenberg (van Beschermd Wonen naar Beschermd thuis) dat in opdracht van de VNG is geschreven. Het rapport is een aansprekend vergezicht en wordt alom omarmd. Het gaat uit van het principe dat de zorg naar de mensen thuis moet komen (vanuit de vraag) en niet aanbodgericht in een Beschermde woonvorm of Maatschappelijke Opvang moet worden georganiseerd. Dat past in de vermaatschappelijking van de zorg. Vanwege de kwetsbaarheid van de mensen over wie het gaat en de complexe uitvoering wordt er een periode van 15 jaar uitgetrokken voor deze transitie. Centraal staat de eigen kracht van de burgers en het beroep op het zelforganiserend vermogen en sociale netwerken. Uiteindelijk zal dat leiden tot minder intramurale voorzieningen omdat mensen in een waaier van woonvarianten wonen en flexibel ondersteund worden. Als het echt niet anders kan is er Wet langdurige zorg als een ultimum remedium. 

Aansprekend met een enkele mits en maar. Om ‘je zelf te organiseren’ moet je over vaardigheden beschikken. Die zijn niet bij iedereen ontwikkeld of inzetbaar door bijvoorbeeld ziekte of een alles overheersende stress door de situatie waar men in terecht gekomen is. Het terugvinden van de autonomie, het gevoel weer mee te mogen en kunnen doen in de samenleving en perspectief zien is voor veel mensen zeker haalbaar. Maar het kost tijd en de omgeving moet er op worden afgestemd. 

Er staat ook een opmerking in die vandaag de dag heel actueel lijkt. “De keerzijde van de vermaatschappelijking – zoals bekend van de geestelijke gezondheidszorg in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw - kan immers bestaan uit zelfverwaarlozing, eenzaamheid, geldgebrek om mee te doen, stigmatisering en verwardheid op straat.”

Er is nog een rapport. Het feitenrapport van de Haagse Rekenkamer over hoe de systemen functioneren voor de opvang en begeleiding van mensen die dakloos zijn. Het geeft inzicht hoe een en ander is geregeld in Den Haag (en in Amsterdam waar ook zo’n rapport is verschenen). Rotterdam en Utrecht volgen. Het zal daar vast niet anders zijn. De uitkomsten staan haaks op de gedachte dat er voor iedereen een plek in de wijk is. Betaalbare woonruimte, regie, ondersteuning bij problemen met administratie, gezondheid en dagbesteding en een steunend netwerk voor als het ‘even niet meer gaat’ is makkelijker opgeschreven dan uitgevoerd, zo blijkt. 

En nu is er ook een derde rapport. Om het beeld zo compleet mogelijk te maken hebben we, samen met het Leger des Heils, een onderzoek laten doen onder de mensen die zijn aangewezen op de opvang. We waren nieuwsgierig over wie zoveel geschreven wordt. Wie zijn de mensen in de noodopvang? Wat ze mankeren ze, hoe voelen ze zich en waar hebben ze behoefte aan? Het rapport wordt maandag 12 februari aan wethouder Karsten Klein aangeboden. Het onderzoek bevestigt, in samenhang met de uitkomsten van het Rekenkamer rapport, nadrukkelijk de noodzaak in actie te komen. Het is wat mij betreft ook tijd voor bezinning. Laten we nog eens goed stil staan bij wat nodig is om de vermaatschappelijking in onze sector door te voeren en geen voorzieningen sluiten voordat die waaier aan woonvormen en kwalitatieve ondersteuning er ook daadwerkelijk is. Als dat goed geregeld is en er is voor een kleine groep mensen voor wie begeleid thuis wonen niet mogelijk is een passend aanbod binnen de Wet langdurige zorg, zal het op den duur rustiger worden op straat en kan de overloopvoorziening aan de Zilverstraat als eerste dicht. 

Tot die tijd zetten we extra bedden bij omdat we in Den Haag nu eenmaal niemand op straat willen laten slapen. Een ultimum remedium. 


Ik zie nooit iemand

Terwijl het team van de nachtopvang zich klaar maakt voor de start van de dienst en de eerste cliënten handenwrijvend voor de deur staan te wachten maak ik even een praatje met Rowan, een van de medewerkers. Zij heeft zich afgezonderd in een spreekkamer. Op haar scherm staat het clientregistratiesysteem dat wij gebruiken open. Naast ons hoor ik roepen ‘jongens we gaan beginnen, het is winteropvang hè.’ Ik vraag Rowan hoe het gaat. Ze begeleidt ook nl. cliënten in de Zilverstraat.

-- We hebben subsidie gekregen om voor enkele tientallen cliënten in de Zilverstraat begeleiding te geven. We noemen dat ‘actieve’ toeleiding. De cliënten zijn doorgaans niet gemotiveerd of niet in staat (soms is dat hetzelfde) om zich begeleidbaar op te stellen. Het overleven staat voorop. Door ze actief te benaderen en in gesprek te (blijven) gaan helpen we ze verder in het proces van hulp aanvaarden. Dat lukt in de meeste gevallen. We deden dit ook voor de cliënten die zich bij de Kessler Stichting zelf melden maar die subsidie is een aantal jaar geleden niet verlengd. Vermoedelijk omdat de Maatwerk Arrangementen beschikbaar kwamen. Afijn, we weten inmiddels dat het in aanmerking komen voor zo’n Arrangement voor cliënten die op straat leven en zich ophouden in een nachtopvang nog niet zo eenvoudig is. Ons pleidooi iedereen in de nachtopvang een standaard Arrangement te geven voor een periode is in goede aarde gevallen. Dan kunnen we voor iedereen aan de slag. --

Rowan zegt dat het druk is. Ik zie het ook, ze wil verder. Ze heeft de muis nog geen seconde losgelaten. Behendig scrolt ze door het programma en laat ze me wat algemene informatie zien. Er blijken 26 vrouwen binnen te zijn bij de Kessler Stichting vandaag en 74 mannen. De bedden op de Ziekenboeg zijn meer dan vol en er zijn zo’n 30 cliënten binnengebleven vandaag. Te ziek of te kwetsbaar om naar buiten te gaan.

‘Kan je je werk een beetje fatsoenlijk uitvoeren Rowan?’ vraag ik terwijl het geroezemoes van binnenkomende cliënten op de achtergrond aanzwelt. ‘Het gaat’ reageert ze enigszins onderkoeld. ‘Het is best lastig om tegen cliënten te zeggen dat ik ze niet kan helpen omdat ze in Zilverstraat zitten onder de Bed, Bad en Brood regeling (mensen zonder geldige papieren die ook in deze locatie worden opgevangen). Iets anders dat vervelend is is dat de medewerkers van het Top Team van Parnassia niet meer bereikbaar zijn om met mij en de cliënt in gesprek te gaan.’ Mijn vragende blik is voldoende voor de uitsmijter. ‘De Zilverstraat gaat pas om 18.00 open en dan werken er geen ketenpartners meer, ik kom daar nooit een collega van een andere instelling tegen.’  Niet alles is moeilijk om op te lossen, denk ik nadat ik Rowan had bedankt. Ze was alweer druk aan typen in een dossier.

Overigens is meer generieke cliëntinformatie beschikbaar dan de gemeente zelf beseft. Dat komt omdat er mensen zijn die ondanks de beperkingen van het cliëntvolgsysteem dat het centraal coördinatiepunt van de GGD al jaren gebruikt, monnikenwerk verrichten. Ze houden gegevens zelf bij en vergelijken dat met de instellingen. Ze werken nauw met elkaar samen. Zo heb ik de cijfers van de uitstroom van een van onze grootste doorstroomlocaties van het CCP ontvangen. Op deze locatie is plaats voor 69 cliënten. In 2017 zijn er 81 uitgestroomd. Kort en bondig: 25% woont weer zelfstandig, 25% is naar een langdurige verblijfsplek gegaan, 33% woont met ambulante begeleiding en (slechts) 12% is uitgevallen. 

Een kleine nuance op de conclusie van de Rekenkamer dat mensen in de nachtopvang er slechter uitkomen dan dat ze erin kwamen. Dat hoeft echt niet als we mensen zoals Rowan haar werk laten doen, ketenpartners beschikbaar zijn en cliënten snel kunnen doorstromen voor verdere hulp. Die constatering doet ook recht aan al die mensen die dit werk dag in, dag uit doen.

We horen ze niet maar we kunnen wel naar ze luisteren.