Een alledaags leven..
Tijd voor bezinning?

Ik zie nooit iemand

Terwijl het team van de nachtopvang zich klaar maakt voor de start van de dienst en de eerste cliënten handenwrijvend voor de deur staan te wachten maak ik even een praatje met Rowan, een van de medewerkers. Zij heeft zich afgezonderd in een spreekkamer. Op haar scherm staat het clientregistratiesysteem dat wij gebruiken open. Naast ons hoor ik roepen ‘jongens we gaan beginnen, het is winteropvang hè.’ Ik vraag Rowan hoe het gaat. Ze begeleidt ook nl. cliënten in de Zilverstraat.

-- We hebben subsidie gekregen om voor enkele tientallen cliënten in de Zilverstraat begeleiding te geven. We noemen dat ‘actieve’ toeleiding. De cliënten zijn doorgaans niet gemotiveerd of niet in staat (soms is dat hetzelfde) om zich begeleidbaar op te stellen. Het overleven staat voorop. Door ze actief te benaderen en in gesprek te (blijven) gaan helpen we ze verder in het proces van hulp aanvaarden. Dat lukt in de meeste gevallen. We deden dit ook voor de cliënten die zich bij de Kessler Stichting zelf melden maar die subsidie is een aantal jaar geleden niet verlengd. Vermoedelijk omdat de Maatwerk Arrangementen beschikbaar kwamen. Afijn, we weten inmiddels dat het in aanmerking komen voor zo’n Arrangement voor cliënten die op straat leven en zich ophouden in een nachtopvang nog niet zo eenvoudig is. Ons pleidooi iedereen in de nachtopvang een standaard Arrangement te geven voor een periode is in goede aarde gevallen. Dan kunnen we voor iedereen aan de slag. --

Rowan zegt dat het druk is. Ik zie het ook, ze wil verder. Ze heeft de muis nog geen seconde losgelaten. Behendig scrolt ze door het programma en laat ze me wat algemene informatie zien. Er blijken 26 vrouwen binnen te zijn bij de Kessler Stichting vandaag en 74 mannen. De bedden op de Ziekenboeg zijn meer dan vol en er zijn zo’n 30 cliënten binnengebleven vandaag. Te ziek of te kwetsbaar om naar buiten te gaan.

‘Kan je je werk een beetje fatsoenlijk uitvoeren Rowan?’ vraag ik terwijl het geroezemoes van binnenkomende cliënten op de achtergrond aanzwelt. ‘Het gaat’ reageert ze enigszins onderkoeld. ‘Het is best lastig om tegen cliënten te zeggen dat ik ze niet kan helpen omdat ze in Zilverstraat zitten onder de Bed, Bad en Brood regeling (mensen zonder geldige papieren die ook in deze locatie worden opgevangen). Iets anders dat vervelend is is dat de medewerkers van het Top Team van Parnassia niet meer bereikbaar zijn om met mij en de cliënt in gesprek te gaan.’ Mijn vragende blik is voldoende voor de uitsmijter. ‘De Zilverstraat gaat pas om 18.00 open en dan werken er geen ketenpartners meer, ik kom daar nooit een collega van een andere instelling tegen.’  Niet alles is moeilijk om op te lossen, denk ik nadat ik Rowan had bedankt. Ze was alweer druk aan typen in een dossier.

Overigens is meer generieke cliëntinformatie beschikbaar dan de gemeente zelf beseft. Dat komt omdat er mensen zijn die ondanks de beperkingen van het cliëntvolgsysteem dat het centraal coördinatiepunt van de GGD al jaren gebruikt, monnikenwerk verrichten. Ze houden gegevens zelf bij en vergelijken dat met de instellingen. Ze werken nauw met elkaar samen. Zo heb ik de cijfers van de uitstroom van een van onze grootste doorstroomlocaties van het CCP ontvangen. Op deze locatie is plaats voor 69 cliënten. In 2017 zijn er 81 uitgestroomd. Kort en bondig: 25% woont weer zelfstandig, 25% is naar een langdurige verblijfsplek gegaan, 33% woont met ambulante begeleiding en (slechts) 12% is uitgevallen. 

Een kleine nuance op de conclusie van de Rekenkamer dat mensen in de nachtopvang er slechter uitkomen dan dat ze erin kwamen. Dat hoeft echt niet als we mensen zoals Rowan haar werk laten doen, ketenpartners beschikbaar zijn en cliënten snel kunnen doorstromen voor verdere hulp. Die constatering doet ook recht aan al die mensen die dit werk dag in, dag uit doen.

We horen ze niet maar we kunnen wel naar ze luisteren.

Reacties