De warme stad
Ik zie nooit iemand

Een alledaags leven..

Het liefst schrijf ik over mensen die geen alledaags leven leiden. Mensen voor wie een lonkend perspectief een luxe is die ze niet kennen, of alleen nog in een herinnering. Veel van hen kom ik tegen in mijn werk maar ik zie ze ook in het park, op een bankje, hangend over een muurtje, op de trappen van een portiekwoning of weggedoken in een hoodie in het centrum. De zwaartekracht van het decorum, hun netwerk en vaardigheden houdt hen vaak nog overeind.

Eenmaal dakloos en in de nachtopvang beland is dat moeilijker vol te houden. Met niets meer dan een denkbeeldige rugzak met narigheid bij je kom je naar binnen. Controle, een kluisje voor je spullen, de keuze uit drie huiskamers, eten, drinken douchen en een plek op een stapelbed. Weliswaar in een andere omgeving en anders uitgevoerd maar in feite dezelfde situatie als in 1912, ons jaar van oprichting.

De problemen van nu zijn deels anders maar ook van alle tijden. Sociale uitsluiting, verlies van werk, scheiding, drank, drugs en dingen kopen die je je niet kunt veroorloven. De weg kwijtraken in de administratieve dwaaltuin die we inmiddels hebben gecreëerd. Worden opgejaagd door schuldeisers die de schuld soms vervijf- of vertienvoudigen en keer op keer je negatieve zelfbeeld bekrachtig krijgen. "Dat lukt jou toch niet, zie je nou wel?" Wat ook niet helpt om je leven weer op de rit te krijgen zijn persoonlijkheidsstoornissen, een verstandelijke beperking, trauma's, verslavingen, psychoses en depressies. 

Daar kijkt menigeen van op; voor die problemen is er toch de psychiatrie en andere sectoren? Ja en ook weer nee. Het woord laagdrempelig is uit ons stelsel gegumd. Het zal vermoedelijk uit Van Dale verdwijnen, vrees ik. Je moet wel van hele goede huize komen wil je tegenwoordig worden opgenomen in een kliniek. En als je er bent kan je je jas wel aanhouden omdat je weer snel moet participeren. ‘Psychiatrie to go.’ Voor veel mensen de oplossing, voor een aantal ook niet. Ik zie ze in de nachtopvang locaties. Bij elkaar in grote groepen met verschillende, vaak ernstige problemen. Het tegendeel van participeren.

Nu is er een kans om dit veranderen in Den Haag. En omdat meningen vaak als feiten worden gebruikt en hoewel je tegenwoordig zelfs niet meer weet of een feit een feit is of een verzinsel, ben ik blij met het Rekenkamer feiten- rapport over de Maatschappelijke Opvang in Den Haag. Niet dat dat nou zo feestelijke rapport is maar er staat wat er staat. Dat telt. Het is logisch dat de transities in de zorg en de bezuinigingen maatschappelijke gevolgen hebben. Die pakken niet voor iedereen goed uit. Rapporten zoals deze laten zien dat niet alles op te lossen is binnen de bedachte systemen. Helemaal niet erg omdat de gemeente immers ook de vrijheid en verantwoordelijkheid heeft om binnen de systemen aanpassingen te doen. De transities doen een beroep op het adaptieve vermogen van de gemeentes.

Beste leden van het gemeentebestuur, het is tijd voor verandering.

De mensen waarover het gaat staan al in de kou, u kunt de gevoelstemperatuur beïnvloeden door met elkaar de handen ineen te slaan en te investeren in een plan. Een plan dat boven de partijen uitstijgt, een plan dat de hele keten betreft, een plan waarin perspectief zit. Een perspectief op een alledaags leven.

Laten we wel tempo maken want zoals de naamgever van onze stichting, D.A.J. Kessler, al schreef in 1923 als onderbouwing voor zijn gift:

“Het doel waarvoor wij werken komt mij echter zoo belangrijk voor dat het niet in gevaar mag worden gebracht door onmacht of vertraging. Het beteekent immers niet minder dan voorziening in een sociaalen nood en in opheffing, wellicht in redding van hen, die door ongunstige levensomstandigheden gezonken zouden zijn of staan te zinken”

Ook dat is niet veranderd.

Reacties