Previous month:
september 2016
Next month:
mei 2017

december 2016

Woordenstal

Soms ontstaan er woorden die de harde realiteit po√ętisch verzachten. Recent proefde ik ineens regelonvaardig op mijn tong. Ik kende de smaak, rond en fluweelzacht met een wat bittere lange afdronk. Het smaakt niet naar meer. Helaas ben ik niet altijd zelf de maker van deze woorden, maar worden ze aangedragen door de trillende lucht boven praattafels. Het is verrassend dat je ineens de woorden niet rechthebbend hoort aankomen, die - voordat je het weet - een plekje vinden in je eigen woordenstal.

Er zijn mensen die zich ' s middags bij ons melden voor een overnachting en te ziek zijn om overdag weer naar buiten te kunnen. Dat is niet nieuw en we kunnen ze ook helpen door ze op de ziekenboeg te houden. Maar, zo vertelden de mensen van de afdeling, de nood is groter dan ooit. Mensen zijn in de war,sociaal zwak, zitten in rolstoel of scootmobiel, of zijn verstandelijk zeer beperkt. De maatschappij verandert - vaardigheden niet zo snel.

Niets werkt beter om de omvang van de nood te begrijpen dan gewoon even gaan kijken en praten met de mensen over wie we het hebben. Twee trappen naar beneden en mijn collega en ik zijn er. Het is rond 11.00 uur en we lopen twee van de drie 'huiskamers' binnen. Een jonge Engelssprekende vrouw helpt samen met een andere vrouw broodpakketjes klaar te maken voor de Soepbus. Twee mannen soppen tafels af en een derde tuurt naar het scherm van de computer die daar voor algemeen gebruik staat. Sinds kort bieden we de meest kwetsbare mensen aan ook overdag te blijven. Uit bescherming tegen het leed dat ze op straat ten deel valt en bereikbaar voor hulpverleners.

Vanuit de rookruimte hoor ik stemmen. Om het hoekje zie ik een man met een Aziatisch uiterlijk schuin voor het raam zitten. Hij zit op een stoel, kijkt tegen de afgeplakte ruit en praat hardop in een onbekende taal. Voor hem een pakkie shag en een volle asbak. Even denk ik nog dat hij aan het bellen is, maar ik zie nergens een telefoon. "Hij praat in zichzelf, de hele dag door", zegt een wat oudere vrouw met een leesbrilletje op het puntje van haar neus. Een lok van haar uitgegroeide geblondeerde haar stopt ze achter haar oor, terwijl ze opkijkt van een puzzelboekje en zucht: "Ach ja, dat doet hij de hele tijd. We verstaan hem niet eens."

Straatonvaardig, denk ik ineens. Ik ben de klos.