Previous month:
oktober 2015
Next month:
juli 2016

april 2016

Er brandt een kaarsje in Den Haag

Er brandt een kaarsje in Den Haag. Niets bijzonders, gewoon een waxinelichtje. Het vlammetje, dat soms buigt voor de wind, verlicht de nacht en overdag de stad. Het staat tussen het Centraal Station, het Nationaal Archief en Letterkundig Museum. Kijk er maar eens goed wanneer u daar loopt, u ziet het vast.

Daar, zittend op een betonnen rand tussen hoge en anonieme gebouwen, schoof hij het plastic tasje achter zijn voeten en nam hij een haal van zijn shaggie. “Zo, bent u de nieuwe directeur? Nou ik ben Martin, we zullen elkaar nog wel vaker ontmoeten.” Hij keek daarbij schalks naar mijn collega met wie ik een fietstour door de stad aan het maken was. Een onderdeel van mijn inwerkprogramma. In de jaren die volgden kruiste onze paden regelmatig. Martin kwam monter als altijd voor een paar maanden bij ons wonen, was regelmatig verdwenen om later weer op te duiken. Dat jarenlang. Voor nieuwe woonvormen was Martin wel in. Een poging om met drie anderen in de wijk te wonen mislukte uiteindelijk. Zijn worsteling met het leven werd door hem treffend in een interview verwoord. “Af en toe lekker buiten slapen maar dan weer fijn na een paar naggies naar mijn eigen bedje en mijn tv-tje.” Een tweede poging lukte beter. Een gedeelde woning pal tegen de beschermde woonvorm aan. Op zijn uitnodiging schoof ik een keer aan tijdens de maaltijd. Martin had gekookt. Pannen op tafel, aardappels, kipfilet, bonen en appelmoes vormden het menu. Het was in alle opzichten sterwaardig. Mijn afwasaanbod werd lacherig afgewezen maar of ik wel een magnetron kon regelen vroeg Martin. “Sommige van die gasten zijn laat en dan is het eten koud, dat kan toch niet?”

Martin werd ziek. Het leven met drank en sigaretten eiste zijn tol. Hij verloor zijn stem en had meer hulp nodig. Zijn bed op de verpleegafdeling bleef ook daar soms onbeslapen. Met scootmobiel en al bleef hij dagen zoek. We zochten en vonden hem, hij bleef sindsdien. Er was ruimte voor persoonlijk afscheid, vol trots wees hij ons op een foto van zijn dochter. Zijn ogen maken een stem overbodig.

Martin had gelijk, ik zou hem nog vaak tegengekomen.