Het is bepaald geen rooskleurige toestand
Dat kan ik zelf wel, ik ben niet gek

Sport in beeld

Ik kan me niet herinneren dat ik mijn vader of mijn moeder hard heb zien lopen. Sterker nog, ik weet ook niet wanneer ik zelf ergens harder voor ben gaan lopen. Wij waren thuis niet zo van bewegen. Maar we keken er wel veel naar. De “karikikas”, zoals mijn vader de televisie noemde, stond vaak afgestemd op sport. Sport in beeld.  Voorovergebogen zat hij in zijn witte overhemd, de sigaret op de lip, te genieten van anderen die zich in het zweet werkten. Hoewel hij enige voorkeur had voor schaatsen, voetbal en wielrennen, keek hij naar elke sport. Hij leerde zelf pas op latere leeftijd fietsen, en zwemles had hij nooit gehad.

Zo groeide ik op in een passieve sportieve omgeving. En hoewel mijn broer, zus en ik echt wel geprobeerd hebben te sporten, is het nooit iets geworden. We doen niets meer, althans niets dat de moeite waard is om over op te scheppen. Eerst was er nog afgunst, ijdele hoop en goede voornemens. Langzaam zijn die omgebogen van gelatenheid naar ergernis.

Zo is er weinig klein leed dat me zo kan raken als sporten in het openbaar. Mannen die – de buik naar voren dragend – met geschoren benen in een te klein wielrenpak door het landschap toeren. Vrouwen die met rode hoofden, lurkend als een kind aan een zuigflesje, door park en stad ploeteren. Waarom moeten we alles zien? Doe dat achter gesloten deuren en niet achter manshoge ramen in een willekeurig winkelcentrum. Sport uit beeld, wat mij betreft.

Mijn jonge vader werd oud en ziek. Roken deed hij niet meer.  Naar sport kijken nog wel. Soms keken we samen en leverden we commentaar op de prestaties.  Daar hadden we, al die jaren, wel recht op. Ervaren kijkers die naast elkaar op de bank afscheid van elkaar namen. ‘Die ziekte heeft me te pakken, maar ik ga elke dag beneden in de flat de krant halen’, vertelde hij monter. ‘Zo lang ik kan lopen, leef ik nog.’ Dat bleek te kloppen; de krant bleef liggen en hij stierf.  Mijn vader komt vaak langs in mijn leven; zeker wanneer ik naar sport kijk. Heerlijk samen met hem, anderen zien bewegen. 

Gepubliceerd in Tranz maart 2015

Reacties