Previous month:
oktober 2014
Next month:
oktober 2015

maart 2015

Sport in beeld

Ik kan me niet herinneren dat ik mijn vader of mijn moeder hard heb zien lopen. Sterker nog, ik weet ook niet wanneer ik zelf ergens harder voor ben gaan lopen. Wij waren thuis niet zo van bewegen. Maar we keken er wel veel naar. De “karikikas”, zoals mijn vader de televisie noemde, stond vaak afgestemd op sport. Sport in beeld.  Voorovergebogen zat hij in zijn witte overhemd, de sigaret op de lip, te genieten van anderen die zich in het zweet werkten. Hoewel hij enige voorkeur had voor schaatsen, voetbal en wielrennen, keek hij naar elke sport. Hij leerde zelf pas op latere leeftijd fietsen, en zwemles had hij nooit gehad.

Zo groeide ik op in een passieve sportieve omgeving. En hoewel mijn broer, zus en ik echt wel geprobeerd hebben te sporten, is het nooit iets geworden. We doen niets meer, althans niets dat de moeite waard is om over op te scheppen. Eerst was er nog afgunst, ijdele hoop en goede voornemens. Langzaam zijn die omgebogen van gelatenheid naar ergernis.

Zo is er weinig klein leed dat me zo kan raken als sporten in het openbaar. Mannen die – de buik naar voren dragend – met geschoren benen in een te klein wielrenpak door het landschap toeren. Vrouwen die met rode hoofden, lurkend als een kind aan een zuigflesje, door park en stad ploeteren. Waarom moeten we alles zien? Doe dat achter gesloten deuren en niet achter manshoge ramen in een willekeurig winkelcentrum. Sport uit beeld, wat mij betreft.

Mijn jonge vader werd oud en ziek. Roken deed hij niet meer.  Naar sport kijken nog wel. Soms keken we samen en leverden we commentaar op de prestaties.  Daar hadden we, al die jaren, wel recht op. Ervaren kijkers die naast elkaar op de bank afscheid van elkaar namen. ‘Die ziekte heeft me te pakken, maar ik ga elke dag beneden in de flat de krant halen’, vertelde hij monter. ‘Zo lang ik kan lopen, leef ik nog.’ Dat bleek te kloppen; de krant bleef liggen en hij stierf.  Mijn vader komt vaak langs in mijn leven; zeker wanneer ik naar sport kijk. Heerlijk samen met hem, anderen zien bewegen. 

Gepubliceerd in Tranz maart 2015


Het is bepaald geen rooskleurige toestand

De socioloog is heengegaan. De broodmagere man met het warrige haar en het dunne metalen montuurtje op zijn neus, is niet meer. We kwamen elkaar regelmatig tegen. Hij sprak me meestal direct aan, stotterend en met zijn hand plukkend aan zijn vlassige sikje. Hij liet horen dat hij niet alleen welbespraakt was maar ook weldenkend. “Ik kan, voor u directeur en de organisatie, van grote waarde zijn. Ik ben niet alleen socioloog maar ook bekend met de organisatiekunde, opgedaan in het werkzame deel van mijn leven.” Zijn geest was gewend aan grote hoeveelheden alcohol, zijn lichaam inmiddels niet meer. Hij schoof, wankelde of stond soms stil met vaak die hand plukkend aan zijn kin. De eerste amputatie van een deel van een van zijn voeten maakten zijn mobiliteit minder maar weerhielden hem er niet van naar de overkant van de straat te lopen om aldaar met grote gebaren in het café rondjes te geven. Van de zomer stond ik even naast hem in de tuin, achteloos stotterde hij “het is bepaald geen rooskleurige toestand.” De zachte gloed in zijn ogen vulde de mijne. 

Onlangs nog heeft hij mij een handgeschreven sollicitatiebrief geschreven. Hij zag voor zichzelf een rol als HR manager weggelegd. “Een organisatie in verandering kan wel wat HR ondersteuning gebruiken.” Het verbaasde me niet dat hij iedereen deed verbazen. Al eerder liet hij mij weten dat hij met zijn achtergrond en participerende ervaring een grote bijdrage kan leveren aan mens en organisatie. Ik bedankte hem voor het aanbod en legde onder meer uit dat er geen plaats is voor uitbreiding op P&O.  Een serieuze briefschrijver krijgt een serieus geschreven antwoord.

Weer een operatie verder keerde hij, in rolstoel, terug op de afdeling. Niet lang daarna stierf hij. Een verzorgende stuurde me na zijn begrafenis een speech van een Leidse studievriend en huisgenoot. Uit dat relaas bleek een levensverhaal met zoektochten, een drukkend milieu, drank, depressies, liefdes, afwijzingen, aansluitingen en intellectuele en spirituele ontdekkingen. Hij verkeerde net zo makkelijk met ‘hoog geplaatste’ mensen als mensen die zwierven op straat en in de kroeg. Met non-conformisme als rode draad in zijn leven spoelde hij een aantal jaar geleden aan bij ons en zette daar zijn leven min of meer voort. Proclamerend tegen een ieder die hij tegenkwam maar ook stil en bedachtzaam plukkend aan zijn kin. Participerend onderzoek, zo als hij het zelf zou zeggen.