Het is maar hoe je ernaar kijkt
De lift

Een doods stilleven

Een broodmagere man lag, onder gesteven witte lakens, voor me op bed. Zijn ingevallen tandeloze mond hapte naar adem terwijl zijn armen stuurloos probeerde me beet te pakken. Zeventien jaar was ik en waste de eerste man in mijn leven. Daarbij werd ik geholpen door ‘zuster Blijleven.’ Hoe ironisch dat ook klinkt, de ironie had de deur - van deze struise zuster op leeftijd - niet geopend, zelfs niet gepasseerd. “Kom jong” sprak ze me toe met een Gronings accent, “ik laat wel even zien hoe je iemand moet wassen.” Onhandig stond ik daar in een wit broekpak te hannesen met een doodzieke man.

Toen hij naar mij toe was gedraaid en ik hem in positie hield door zijn gebogen been bij de knokige knie vast te houden, hoorde ik een langzame kreun uit zijn keel vertrekken. Zijn ogen draaide naar boven, de adem stopte. “Uuh, zuster, volgens mij is hij uuh…dood.” Resoluut stak ze haar harde handen uit het blauwe schort met gekruiste witte banden en trok de man op zijn rug. Zijn laatste zucht lucht vulde de kamer. “Tja jong daar heb je gelijk in, nou kom we wassen direct verder dan weet je ook hoe je moet afleggen.” Automatisch voerde ik de handelingen op haar aanwijzingen uit. Later die dag liep ik ‘kamer 10’ in.

Na een paar weken begreep ik waarom de zusters en een enkele broeder fluisterden als ze het over ‘kamertje 10’ hadden. Daar stierven mensen. “U moet naar kamertje 10”, was een aankondiging van het einde. Nog tien dagen, dacht ik wel eens wanneer we daar een bemenst bed naar toe reden, en dan stopt de tijd.

De uitgeteerde man van middelbare leeftijd lag gekleed in een bruin kostuum met een spitse neus en letterlijk met ‘een mond vol tanden’ onder een strak wit laken. Onder zijn kaak lag een witte opgerolde handdoek. Zijn haren in een scheiding en handen gevouwen boven het laken. Halverwege lag een deken teruggeslagen. Het einde met een keurige vouw ingestopt. Een doods stilleven. Om zijn pols tikte een horloge. De seconden werden weggeduwd door een twijfelende goudkleurige wijzer. Ik raakte even zijn handen aan, voelde de kou en liet hem achter in de kamer. Mijn blik gleed over zijn foto van vroegere jaren die in een zilverkleurig lijstje naast hem op een oud en vervallen nachtkastje stond.
Ik deed het licht uit en nam de herinnering mee.

Tot de dag van vandaag.

Reacties