Zoiets moois
Het is maar hoe je ernaar kijkt

De strekkende meter

Het zwarte plastic vangt het licht van de straatverlichting op en bolt op tussen de ijzeren hekken. Ze vormen zo een zwarte muur van licht deinend plastic. Ze ontnemen het zicht op het lege voormalige stadsdeelkantoor. Ik loop er langs. Na vijftig meter buig ik links om achter de hekken en loop op een geasfalteerd paadje weer dezelfde meters terug. De muur nu weer links van me. Terwijl de ijskoude wind mij geselt zie ik een man, stevig postuur, met een ‘oortje’ in. Een beveiliger. Achter de ramen bewegen schimmen door de vitrage heen; er brandt licht. Door de deuren zie ik een detectiepoortje staan in een lege, koel verlichte, ruimte. Het is de tijdelijke Winteropvang voor daklozen, die, ondanks het protest uit de buurt, hier in allerijl geïmproviseerd is.  Er kunnen vijftig mensen slapen, althans wat de brandweer betreft.

De tien mannen voor de deur zijn te vroeg. Nog even wachten dan mogen ze de warme deken van de opgewarmde lucht in het stadsdeelkantoor in lopen. Op weg naar soep, brood en een warm bed.  “Goed dat dit er is maar jammer dat we er nu pas in mogen” vertelt een man met geschrokken ogen en een getatoeëerde ooievaar in zijn hals. “En ik weet hoe het zit want ik ben ook hulpverlener geweest” vervolgt hij. Terwijl hij en een andere jongen met mij aan de praat raken over hun pogingen te overleven, zie ik steeds meer zwijgende mannen, de handen in de zak, toestromen.

Hun zwijgen spreekt boekdelen. Binnen maak ik een praatje en kijk naar de opgemaakte stapelbedden die er staan. Met een hartelijke zwaai neem ik afscheid. Buiten tel  ik mijn stappen. Vijftig meter hek, een meter per dakloze. (On)zichtbaar voor wie het wil.  

 

Reacties